maandag, augustus 27, 2007

My Darling Clementine ****1/2

Regie: John Ford (1946)


John Ford moet tot op heden voor mij de meest ongrijpbare regisseur ooit zijn: soms zie ik een film van hem die me meteen grijpt, waar ik meteen een speciaal gevoel bij krijg, maar net zo vaak zie ik films van hem met een enorme status die me dan weer behoorlijk koud laten en waarin ik dan weer niet meer dan een solide vakman zie, terwijl ik eigenlijk weet dat hij veel meer is dan dat. ‘My Darling Clementine’ behoort gelukkig tot de eerste categorie, deze film maakte direct indruk op me en drukte op alle juiste knopjes. Net als ‘Young Mr. Lincoln’ ziet de film er uit alsof hij zichzelf gemaakt heeft, alles lijkt dan zo eenvoudig en simpel in de handen van Ford, wat een van de grootste complimenten zijn die je een regisseur als Ford geven kan. En toch heb ik bij Ford heel vaak het gevoel dat er nog veel meer in zijn films zit dan ik er bij eerste kijkbeurt uit kan halen en ik heb dan ook sterk het vermoeden dat de echte subtiliteiten zich pas bij herhaaldelijke kijkbeurten gaan prijsgeven. Maar voorlopig vond ik ‘My Darling Clementine’ direct een geweldige film. En ik heb gewoon schaamteloos zitten genieten van een Western – het moet niet gekker worden!

Labels: ,

zaterdag, augustus 11, 2007

I Shot Jesse James ***1/2

Regie: Samuel Fuller (1949)


Sam Fuller is zo’n regisseur waarvan ik meteen wist dat het een held van me zou worden, vooral omdat hij vaak puur visuele cinema maakt en vrijwel altijd werkzaam was in het Termite Art territorium, waarmee hij volledig in lijn is met mijn ideeën omtrent wat briljante cinema inhoudt. Toch heb ik nog frustrerend weinig van zijn films gezien en ik heb dan ook drie rondjes van vreugde in mijn kamer gedanst toen ik hoorde dat Eclipse zijn eerste drie films voor het eerst op DVD zou uitbrengen, omdat ik deze al enkele jaren wilde zien. ‘I Shot Jesse James’ is min of meer wat ik er van tevoren van verwacht had: een interessante debuutfilm, niets meer en maar zeker ook niets minder. Wat het meest opvalt wellicht is het ongewoon hoge aantal close-ups, waardoor sommige mensen de link hebben gelegd met Dreyer’s meesterwerk ‘La Passion de Jeanne D’Arc’ hoewel hier de gelijkenissen ook weer direct ophouden, maar net als Dreyer gebruikt ook Fuller close-ups om intense emoties te benadrukken. Emotie is uiteraard een van de sleutelwoorden in Fuller’s oeuvre – het filmdoek vormde voor hem een slagveld en zijn films worden niet voor niets vaak geduid met de term ‘emotion pictures’. Ik moet zeggen dat ik de film nog relatief tam vond voor Fuller begrippen: het is zeker een stukje anders dan de gemiddelde Amerikaanse film uit deze periode, maar een uitzinnige openingssequentie zoals in ‘The Naked Kiss’, waarin een vrouw met een naaldhak op de camera in loopt te slaan, is hier nog niet direct te vinden – pas later zou Fuller dergelijke echt directe en confronterende cinema durven maken. Ik vraag me af in hoeverre de reguliere filmkijker iets van waarde zal zien in ‘I Shot Jesse James’, maar ik vond het een veelbelovend begin en zie reeds uit naar de andere twee films uit de box.

Labels: ,

vrijdag, augustus 03, 2007

Dodge City ***1/2

Regie: Michael Curtiz (1939)


Deze Western is volgens mij het meest herinnerd omdat het de basis vormde voor Mel Brooks en zijn Western parodie ‘Blazing Saddles’, maar het is jaren geleden dat ik die film zag dus vergelijken kon ik niet. Maar ondanks dat het een Western was en ik nog steeds niet helemaal gelukkig ben met Errol Flynn (die snor…) heb ik me prima geamuseerd met deze kleurrijke film van de man die ons ook ‘Casablanca’, ‘Yankee Doodle Dandy’ en ‘Mildred Pierce’ bracht.

Labels: ,

zaterdag, mei 12, 2007

Faccia a Faccia ***

Regie: Sergio Sollima (1967)


Tja, wat moet ik zeggen van deze Spaghetti Western? Ik heb me niet direct verveeld maar ik was er nu ook niet bepaald van ondersteboven. Het was een beetje zoals iedere Spaghetti die ik gezien heb: goede muziek, zo af en toe een paar leuke kiekjes van de omgeving, een standaard wraakverhaaltje, lelijke mensen en veel schieten. Ik ga maar slapen.

Labels: ,

woensdag, februari 28, 2007

La Resa dei conti ***1/2

Regie: Sergio Sollima (1966)


Mijn eerste film uit die Sergio Sollima box en een vrij leuk filmpje. Ik kende de film of liever gezegd de muziek van Ennio Morricone al jaren dankzij de cover die John Zorn ervan maakte op zijn fantastische Morricone cover album The Big Gundown: John Zorn plays the music of Ennio Morricone. Het was dan ook een genot om na al die jaren eindelijk eens de (erg mooie) oorspronkelijke muziek te horen en daardoor ging ik de cover nog meer waarderen omdat ik nu hoorde dat Zorn alle thema’s tot zeven minuten weet te condenseren. Maar ik zou nu bijna gaan zeggen dat Spaghetti Westerns eerder in de concertzaal dan in de bioscoop thuishoren, want de muziek is eigenlijk altijd het onbetwiste hoogtepunt en verder zijn ze feitelijk allemaal hetzelfde. Nu is dat normaal natuurlijk bij genrefilms en bij andere genres peur ik daar juist vaak het plezier uit, maar ik moet toch maar gaan accepteren dat dit genre mij gewoon niet bijzonder ligt denk ik. Ik kan niet zeggen dat ik me verveeld heb bij deze film, eigenlijk vond ik het door de bank genomen erg vermakelijk, maar er blijft iets wringen diep in mij. Ik vrees dat ik gewoon niet compatible ben uiteindelijk met Westerns, spaghetti of non-spaghetti. Ach ja, je kunt niet alles hebben in het leven…

Labels: ,

dinsdag, februari 20, 2007

Il Buono, il brutto, il cattivo ****1/2

Regie: Sergio Leone (1966)

Ik zag deze film voor het laatst toen ik 15 of 16 was, dus in veel opzichten kun je stellen dat ik de film nu pas voor het eerst echt zag. Ach ja, ik heb het zo druk met het kijken van allerlei merkwaardige films dat ik de grote bekende klassiekers vaak links laat liggen. Het laatste wat ik van deze film zag was trouwens 1,5 jaar geleden in Peter Tscherkassky’s sublieme verhaspeling van het materiaal in zijn donkere kamer film ‘Instructions for a Light and Sound Machine’ (2002), een film die ik overigens nog beter vond dan deze, ook al is het bronmateriaal nauwelijks meer te herkennen. En ja, wat kan ik verder nog zeggen over deze film wat niet reeds gezegd is? Eigenlijk zou je de film niet moeten vergelijken met ‘Once Upon a Time in the West’, maar dat deed ik onwillekeurig toch en dan kan ik enkel concluderen dat deze film niet in de schaduw kan staan van ‘West’. Wat Leone daar doet met zijn composities, zijn gebruik van close-ups, het surrealistische gebruik van locaties en de perfecte symbiose tussen beeld en geluid daar kan deze film simpelweg niet aan tippen, hoe goed ik deze film ook vind. Al die kenmerken zijn hier ook al aanwezig, maar ze werken nooit zo harmonieus samen als in de latere film, dit is nog een meester die lerende en zijn stijl nog aan het perfectioneren is. ‘West’ is een Griekse tragedie of tragische opera in opzet en uitvoering en ‘GBU’ is wat dat betreft oneerbiedig gezegd een operette. Of om in muzikale termen te blijven: ‘GBU’ is Beethoven’s Vijfde Symfonie en ‘West’ is Beethoven’s Negende: beiden briljante werken maar in de Negende komt alles zo perfect samen omdat de maker op dat moment zijn ambacht volledig in de vingers heeft en een bijna intuïtief gevoel voor zijn kunst ontwikkeld heeft. Ik kan dan ook niet begrijpen dat mensen deze film beter vinden dan ‘West’, want iedere keer als ik die film zie bekruipt mij het gevoel dat ik een perfect meesterwerk zit te kijken en blijven scènes voor de rest van mijn leven op mijn netvlies gebrand, een gevoel dat ik bij deze film nauwelijks gehad heb. Maar het klinkt allemaal zeer negatief over deze film en dat is zeker niet zo bedoeld, want dit is natuurlijk ook een meesterwerk op zijn eigen manier. Het mooie van de muziek van Ennio Morricone is altijd zijn gigantische diversiteit aan invloeden, een prachtige combinatie van romantiek en modern klassieke muziek: hij wisselt een hoogromantisch thema a la Gustav Mahler net zo gemakkelijk af met experimentele musique concrète a la Pierre Schaeffer en hij bracht hiermee een ongekende reikwijdte naar de filmmuziek. Het wordt nu maar eens tijd dat ik die ‘Dollar’ films eens ga kijken, ik kan er nu niet meer omheen. Of wel.

Labels:

donderdag, februari 15, 2007

Red River ***

Regie: Howard Hawks (1948)

Waar mijn antipathie jegens de Western film net de goede kant opging, bracht deze oubollige Western weer de jeugdtrauma’s naar boven waar de hele afkeer überhaupt vandaan kwam. Het verhaal kon me allemaal maar weinig boeien en al snel had ik meer interesse in de knul die naast me zat op de bank zat dan in de film, geen goed teken doorgaans. Hoewel bepaalde scènes mooi gefilmd waren, kon ik er tot overmaat van ramp ook al geen Howard Hawks film in zien, wat de frustratie van deze auteursminded kijker enkel vergrootte. Hoogtepunt vond ik een briljante gecodeerde opmerking omtrent homoseksualiteit (het houden van suiker is net zo erg als het houden van vrouwen), maar in een Hawks/Montgomery Clift film had ik stiekem toch op meer gehoopt, maar misschien heb ik het ook wel gemist dat kan ook. Echt vervelend of slecht vond ik het allemaal niet, maar het zal nu wel een poosje duren voor ik er aan toe ben om ‘Rio Bravo’ te gaan kijken…

Labels: ,

woensdag, januari 31, 2007

The Last Sunset ***

Regie: Robert Aldrich (1961)


Ondanks dat deze Western wordt aangevoerd door een sterrencast van Kirk Douglas, Rock Hudson, Dorothy Malone en Joseph Cotten wordt hij doorgaans niet direct beschouwd als een sleutelwerk in het oeuvre van iconoclast Robert Aldrich (‘Kiss me Deadly’, ‘The Dirty Dozen’, ‘What Ever Happened to Baby Jane?’) en het leek ook niet dat Aldrich bij deze film evenveel controle had dan bij sommige van zijn andere films. Toch zijn er enkele duidelijke Aldrich kenmerken te zien en dan vooral in karaktertypering. Een van de redenen dat zijn film noir ‘Kiss me Deadly’ gezien wordt als een van de hoogtepunten uit het genre is dat Aldrich het publiek dwingt om te sympathiseren met de enorme schoft die protagonist Mike Hammer is. Nu zit de film noir vol met ‘helden’ van twijfelachtig allooi, maar Aldrich duwde dat concept nog vijf stappen verder want in zijn wereld is er geen strikt onderscheid tussen goed en kwaad, moraliteit is altijd ambigu – kijk in dit opzicht ook eens naar ‘The Dirty Dozen’ waar de helden een stel maniakken en misdadigers bij elkaar zijn, het ultieme Aldrich statement. Ook in deze film is er geen duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, tussen held en schurk en het personage van Kirk Douglas is daar het mooiste voorbeeld van. Het is een simpel, maar mooi voorbeeld hoe de auteurstheorie een wel aardige maar verder niet ontzettend memorabele Western als deze toch een extra dimensie kan geven.

Labels: ,

zaterdag, januari 27, 2007

Pat Garrett and Billy the Kid ***

Regie: Sam Peckinpah (1973)

De laatste film die ik moest zien uit de Peckinpah Western box en ik weet niet goed wat er van te zeggen. Dat overkomt me niet vaak. Het punt is dat ik deze film zag maar er niets bij voelde, noch positief, noch negatief. Nu zou je dat als negatief punt kunnen zien, maar ik kan ook weinig vervelends aan deze film ontdekken. Maar ook weinig positiefs. Het liet me allemaal neutraal. En dat is iets wat me bij geen enkele andere Peckinpah film overkomen is, want hoe je ook tegen zijn films aankijkt, een mening moet je er over vormen. Maar bij deze lukt me dat gewoon niet.

Labels: ,

woensdag, januari 24, 2007

The Balled of Cable Hogue ****1/2

Regie: Sam Peckinpah (1970)

Ik vond Peckinpah’s ‘Ride the High Country’ al een hoogst humoristische film, maar waar daar de humor nog vrij verstopt of subtiel was, wordt het hier de vrije loop gelaten. Ik geloof niet dat er ergens vijf minuten voorbij gegaan zijn zonder dat ik op zijn minst moest glimlachen en vaak moest ik zelfs schaterlachen, waarbij Jason Robards uiteraard geknipt is voor de rol. Verder is de film opvallend sentimenteel of misschien beter gezegd humaan, niet iets wat ik direct met Peckinpah associeer. De film lijkt ook een stuk minder cynisch en minder pessimistisch dan ik van hem gewend ben; niet dat ik problemen heb met cynisme of pessimisme, het is zelfs iets wat ik altijd wel in Peckinpah kan waarderen, maar het is goed om te zien dat de man niet een en al alcoholische bitterheid was en het soms ook recht door zee kon en durfde te spelen. Maar toch kan hij het niet laten om toch wat ondermijnende kritiek te leveren, zoals bijvoorbeeld op het fenomeen georganiseerde religie in het geweldige personage van de priester Joshua die het niet zo nauw neemt met het celibaat. Al met al was dit een hoogst bevredigende Western voor me.

Labels: ,

zondag, december 24, 2006

Forty Guns ***1/2

Regie: Samuel Fuller (1957)

Samuel Fuller is altijd interessant. Na de erg mooi gefilmde en gemonteerde openingssequentie worden we ook nog eens getrakteerd op een mooi staaltje Fuller parodie: een stoere man zingt een mierzoete ballade en loopt vervolgens door een ruimte waarin drie mannen zichzelf aan het wassen zijn in een ton, met het effect dat het hele macho karakter van de Western even prettig aan het wankelen gebracht wordt. Maar Fuller zou Fuller niet zijn als de film niet ook vol zit met machogedrag (hoewel ook weer prachtig in de vorm van de vrouwelijke Barbara Stanwyck) wat die heerlijke Fulleriaanse tegenstellingen en interne tegenstrijdigheden oplevert. Het is duidelijk te merken dat Fuller als producent, scenarist en regisseur grote creatieve vrijheid had voor deze film, want het zit vol met die nerveuze en rauwe energie, wat ook direct een nadeel is want het verhaal verloopt vaak met horten en stoten en de karakters blijven frusterend onuitgewerkt – dit waren nooit Fuller’s sterke kanten. Op visueel gebied is Fuller hier wel in blakende vorm (zeer geholpen door vaste Robert Aldrich cameraman Joseph Biroc), bijvoorbeeld de scène waarin Griff richting de dronken knul loopt zit vol met die typische visuele energie dankzij de montage, extreme close-ups en vaak bizarre details waar de camera zich op richt - de invloed op Martin Scorsese is duidelijk te merken. Ook het vele gebruik van tracking shots vond ik verder hoogst opmerkelijk. ‘Forty Guns’ is als Western wellicht niet essentieel en het is een onevenwichtige film, maar als Samuel Fuller film is deze bij vlagen zeer geïnspireerde film verplichte kost.

Labels: ,

donderdag, december 21, 2006

Track of the Cat ****1/2

Regie: William A. Wellman (1952)

Dit is een experimentele Western, jawel en dan is mijn interesse ineens meer dan gewekt en gelukkig niet zonder reden, want dit is een exceptionele film. De film is geschoten in kleur, maar toch koos regisseur Wellman ervoor om vrijwel enkel de kleuren zwart en wit te gebruiken. De ranch waar het grootste gedeelte van de film zich afspeelt is ingericht met vrijwel enkel zwart, wit of grijs terwijl ook de personages in deze kleuren gekleed gaan. Slechts af en toe worden er dan ineens echte kleuren zoals rood of geel gebruikt en deze verscheuren dan niet alleen op prachtige wijze de zwart-witte mise-en-scène, maar hebben ook een thematische of narratieve functie.

Een van de speerpunten van de meeste Westerns is het filmen op locaties, maar deze film doet daar ook al iets bijzonders mee: de hoofdlocatie is overduidelijk een studioset en wordt er geen poging gedaan om dit te verhullen, terwijl de scènes van de jacht op panter duidelijk weer indrukwekkende locatieopnames zijn. Het punt is dat de hele film zich slechts op deze twee locaties afspeelt en het overduidelijke schisma tussen beide locaties geeft de film een bijna schizofreen karakter. Je zou kunnen beredeneren dat het de wildernis versus de beschermde omgeving van het gezin is, maar in praktijk zijn beide omgevingen even vijandig en onstabiel. Wellman gebruikt zijn CinemaScope composities op bijzonder indrukwekkende wijze: niet alleen zijn de besneeuwde bomenrijen een imponerend schouwspel, maar ook juist in de huiskamerscènes gebruikt Wellman het brede CinemaScope formaat op ingenieuze wijze waarbij vaak allerlei karakters in prachtige composities getoond worden en hun onderlinge verhoudingen duidelijk worden.

De muziek van Roy Webb is heerlijk dreigend en geeft de film een mooie onderhuidse spanning. Het is scenario van A.I. Bezzerides (oa. ‘They Drive By Night’, ‘Kiss me Deadly’) is heerlijk psychologisch van aard en hoewel hij op zich stereotiepen gebruikt (de dronken vader, de strenge moeder, de domme Indiaan etc) is de wijze waarop hij deze karakters combineert behoorlijk sterk. Hierbij wordt hij zeer geholpen door de uitmuntende acteurs, waarbij Robert Mitchum een van zijn typische arrogante rollen doet en vooral Beulah Bondi als matriarch fenomenaal was. Al met al is ‘Track of the Cat’ een bijzonder intelligente, ingenieus in beeld gebrachte, psychologische Western en ik wil iedereen eigenlijk met klem aanraden dit bijzonder mooie kleinnood zo snel mogelijk te gaan zien, want de dit jaar uitgekomen DVD is bijzonder goedkoop en van geweldige kwaliteit.

Labels: ,

Mannaja ***

Regie: Sergio Martino (1977)

Omdat het Western genre zo’n beetje het favoriete genre van mijn maatje Toon is, wordt het eens tijd dat ik mijn aversie jegens het genre aan de kant ga zetten en daartoe leek het mij wel aardig om het stof van enkele Westerns die ik nog op DVD had liggen af te blazen en het eens een kans te geven. En Sergio Martino (ik vergeef hem voor het gemak ‘La Montagna del dio cannibale’) had voor mij al bewezen een gemiddelde genrefilm dankzij zijn visuele stijl boven de middelmaat uit te tillen, bijvoorbeeld de uitstekende giallo 'La Coda dello scorpione' of zelfs iets als '2019: After the Fall of New York' dus ‘Mannaja’ leek me geknipt voor deze taak. En dat bleek het ook best wel te zijn, ik heb me namelijk prima geamuseerd met deze film. Martino’s handelsmerk van mooi geschoten actiescènes (met slowmotion, schichtige montage, opmerkelijke camerastanpunten, close-ups en handcamerawerk) waren hier ook te zien en ik vond het muzikale themaatje erg leuk eigenlijk. Tis natuurlijk geen wereldvernieuwende (hoewel volgens mij het verhaal in iedere Western zo’n beetje exact hetzelfde is) en ik dien nog steeds de echt belangrijke jaren ’60 Spaghetti Westerns te zien, maar het begin is er. We komen er wel, Toon.

Labels: ,

maandag, november 06, 2006

Ride the High Country ****

Regie: Sam Peckinpah (1962)

Laat ik het maar meteen toegeven: ik ben geen groot liefhebber van het Western genre. Het zal wel iets te maken hebben met die ruwe machocultuur en die verlopen normen en waarden die mij zo weinig zeggen. Maar het is toch een belangrijk genre dus zo nu en dan dwing ik mezelf ertoe wat te kijken en dan wil het vaak nog goed uitpakken ook. Zo ook met deze Peckinpah Western die ik uiterst vermakelijk vond om te kijken. De film wordt vaak genoemd als een hommage aan de Western, maar ik vond het eerder een parodie: de wijze waarop die twee oude baasjes keuvelen over die goede ouwe tijd (die scène waarop ze beiden in pyjama over een verloren liefde ouwehoeren deed mij bijna van mijn stoel afvallen, helemaal dankzij dat lage camerastandpunt), de pompeuze dialogen, het vaak ronduit knullige acteerwerk (die huilscène van dat grietje was hilarisch), de soms matige dubbing, de vaak suffige vechtpartijen, de wijze waarop al die hitsige kerels het net getrouwde grietje bespringen en sowieso de behandeling van het grietje, de dronken rechter, het lang aangehouden shot van de kippen: ik had vaak het gevoel naar een uit de kluiten gewassen B-film te zitten kijken en heb vrijwel constant met een glimlach naar de film gekeken. In hoeverre dit allemaal zo bedoeld was weet ik niet, maar de reputatie van Peckinpah meerekenend zal toch in ieder geval een zeker gedeelte zo bedoeld zijn, lijkt me. Maar misschien zit ik er wel helemaal naast en is de film gewoon volledig serieus bedoeld. Ook de korte maar duidelijke verwijzingen naar incest (de prekende vader van het grietje) en homoseksualiteit (´the perfect gentleman’) voedden voor mij het gevoel van subversiviteit en parodie. Daarnaast was de film eigenlijk ook volledig vlak en plat, zonder noemenswaardige karakter-­ of plotontwikkeling noch hoogte-­ dan wel dieptepunten, hoewel de geweldige climax er wezen mocht. Het was in ieder geval een totaal andere film dan ik verwacht had, maar wat mij betreft een zeer positieve verrassing.

Labels: ,

dinsdag, juli 25, 2006

Whity ****1/2

Regie: Rainer Werner Fassbiner (1971)

Rainer Werner Fassbinder maakte tijdens zijn ultrakorte carrière iets meer dan 40 films en in dat gezelschap bevindt zich ook een heuse Western, het relatief onbekende ‘Whity’. Deze uiterst merkwaardige film behoort echter veel meer bekendheid te genieten, want het behoort zonder meer tot Fassbinder’s beste films. De film is gefilmd in Cinemascope op de Spaanse sets waar Sergio Leone zijn Westerns schoot en het was tevens de eerste van de 14 samenwerkingen tussen Fassbinder en DoP Michael Ballhaus (die ook gewerkt heeft met bijvoorbeeld Martin Scorsese en Francis Ford Coppola) en de film doet met zijn lange takes en vele gracieus glijdende camerabewegingen sterk denken aan Max Ophüls, hoewel Fassbinder eigenzinnig genoeg was om ook talloze scènes te schieten vanuit één statisch camerastandpunt. De muziek van vaste Fassbinder componist Peer Raben (ook verantwoordelijk bv. voor Wong’s ‘2046’) is behoorlijk Morriconeesque en geeft het geheel een bijzondere sfeer, zeer versterkt door de aankleding van Kurt Raab. De acteurs bestaan uit de vaste Fassbinder groep, met figuren als Hanna Schygulla, Günther Kaufmann en Ulli Lommel (die de film ook produceerde), terwijl de doorgewinterde B acteur Ron Randell een hoogst opmerkelijke rol neerzet. Het acteerwerk is zeer geïnspireerd door Bertold Brecht en Fassbinder’s eigen Antitheater, met zeer gestileerde en houterige performances, wat de algehele merkwaardigheid van de film enkel versterkt. Het verhaal is een complex melodrama waarin de invloed van Douglas Sirk al langzaam begint door te sijpelen, hoewel de campfactor ook flink is opgeschroefd. Waarom vrijwel iedereen met wit geschminkte gezichten rondwandelt, waarom iemand ineens met een KKK kap rondloopt, waarom twee mannen ineens beginnen te zoenen, waarom scènes zo lang doorgaan zonder dat er iets gebeurt, waarom de hele film is zoals ie is, ik heb allemaal geen idee. Maar ‘Whity’ is gewoon een klein meesterwerk, een visueel bijzonder sterke film met een sterke inhoud en een essentiële Fassbinder film.

Labels: ,

zaterdag, mei 13, 2006

Unforgiven *****

Regie: Clint Eastwood (1992)

Na slechts meermalen fragmenten te hebben gezien van deze film, was het nu wel prettig om hem eens helemaal te zien. Ik kan me enkel aansluiten bij alle lof over deze revisionistische Western, want het is gewoon een zeer puike film. De Nederlandse vertaling bracht nog een extra dimensie naar de film, met een constant gebruik van woorden als ‘terdege’, ‘ganse’, ‘snode’ etc.; tevens vond ik het eufemisme ‘muisje’ voor vagina creatief gevonden. Geef die persoon een prijs.

Labels: