donderdag, januari 31, 2008

The Birds ****

Regie: Alfred Hitchcock (1963)

Het was enkele jaren geleden dat ik deze film nog gezien had en ik vond het nu een nogal schizofrene ervaring: een nogal zwakke eerste helft en een ijzersterke tweede helft. Het geneuzel rondom het romantische plot in de eerste helft vond ik bijzonder saai en erg overbodig, ook erg on-Hitchcockiaans. Na een uur of zo komt ie echter in vorm en gaat ook de film in versnelling met enkele gedenkwaardige momenten. Vooral de sfeer vond ik opvallend naargeestig, wat dat betreft zet Hitchcock de trend van 'Psycho' enkel verder door en verlegt ie wederom de grenzen qua expliciete gore - hoewel het er naar hedendaagse standaarden wellicht wat tam uitziet, lijkt het qua aanpak en sfeer veel meer op wat we nu gewend zijn dan de wijze waarop men het destijds aanpakte. Met 'Frenzy' (1972) zou Hitchcock wederom de grenzen verleggen en enkel in het kader van de horrorfilm is zijn bijdrage al reuze interessant om de ontwikkeling van het genre te bestuderen. Het had een geniale film kunnen zijn, maar de zwakke eerste helft doet de film de das om.

Labels:

Thieves Like Us ***1/2

Regie: Robert Altman (1974)

Dit was een van de laatste jaren ’70 films van Altman die ik nog zien moest, maar na mijn eerste kijkbeurt ben ik nog niet helemaal overtuigd van de kwaliteit van de film. Het verhaal was eerder al door Nick Ray verfilmd als de film noir ‘They Live by Night’, een film die ik beter vond dan deze maar die verder feitelijk weinig overeenkomsten vertoont behalve het verhaal. ‘Thieves Like Us’ voelde aanvankelijk als een nogal onpersoonlijke Altman film aan, waarbij ik maar weinig van zijn gebruikelijke stijlkenmerken kon terug zien, maar achteraf bekeken viel dat allemaal nogal mee. De camera is ontzettend immobiel, veel scènes worden vanuit een statisch long shot gefilmd (dit in contrast met zijn gewoonlijk constant bewegende en zoomende camera), waardoor de film een nogal afstandelijk karakter krijgt. Het is een van Altman’s meest negatieve of zwartgallige films, waarin slechts zo af en toe zijn relativerende humor doorschemert. Het scenario is ontzettend open en doelloos, wat Altman kennende, een bewuste keuze lijkt te zijn omdat het op die wijze veel bijdraagt aan de neerslachtige sfeer van de film (er wordt geen oplossing of motivatie geboden), maar of het echt werkt vraag ik me af – de film balanceert vaak op het randje van de saaiheid. Het gebruik van geluid is zonder meer typisch Altman, want in plaats van muziek gebruikt hij constant het geluid van een radio, waarmee de film een sterk gevoel van lokaliteit krijgt – iedere Altman film speelt zich af in een specifieke en benadrukte omgeving of plaats en zijn gebruik van radiomuziek en programma’s gaf ‘Thieves Like Us’ op fijne wijze een benadrukking van de tijd en ruimte waarin het zich afspeelt. Zo na mijn eerste kijkbeurt zou ik dit niet tot Altman’s beste werken willen rekenen, maar zoals hij zelf meermalen heeft aangegeven moet je zijn films altijd meermalen bekijken om een definitief oordeel te kunnen vellen.

Labels:

maandag, januari 28, 2008

The Darjeeling Limited ***

Regie: Wes Anderson (2007)

Ik heb Wes Anderson nooit zo begrepen en ik geloof dat deze film daar niet veel verandering in gaat brengen. Allereerst heb ik bij hem het Fellini effect, namelijk het gevoel dat je iedere keer naar exact dezelfde film zit te kijken, enkel met andere poppetjes. Een artiest die niet verandert of geen ontwikkeling doormaakt voelt voor mij verdacht aan. Als ik het gevoel krijg dat ik gewoon weer hetzelfde kunstje opgevoerd zie worden, zeker niet geholpen door het feit dat Anderson altijd met dezelfde groep acteurs, dezelfde soort humor en situaties werkt en altijd een soortgelijke soundtrack gebruikt, dan word ik nerveus; een eigen stijl is leuk, maar daarmee moet je niet in herhaling vallen. Een direct herkenbare stijl heeft Anderson zonder meer, talent ook zeker, maar dat is in mijn ogen niet voldoende om een groot filmartiest te zijn. Ook ‘The Darjeeling Limited’ lijdt aan het syndroom dat de film volledig doodgeregisseerd is, de te precieze stijl is te nadrukkelijk aanwezig. Ik snap dat zijn bijna wiskundige manier van filmen opzettelijk is, dat zijn voorliefde voor wiskundig berekende composities en zeer strakke camerabewegingen zijn handelsmerk zijn, dat hij zijn mise-en-scène bijna gebruikt als een wetenschapper zijn laboratorium gebruikt. Constant spookte de naam van Jean-Luc Godard door mijn hoofd tijdens deze film en ik kon het gevoel dat Wes Anderson gewoon een inferieure versie van Godard is niet van me afschudden. Ook Godard heeft meermalen gezegd dat hij zichzelf verwant ziet aan een wetenschapper, iets wat je bij Anderson ook voelt en beiden leggen zo’n sterke nadruk op de stijl dat ze voor mij als verwanten voelden. Natuurlijk zijn er ook legio verschillen tussen Godard en Anderson, al is het maar dat de wiskundige manier van composities en montage van Anderson lijnrecht staat tegenover Godard’s volledige onverschilligheid als het gaat om dat soort zaken, maar overeenkomsten zijn er ook in mijn ogen. Probleem is echter dat de stijl bij Anderson aanvoelt als een technische gimmick, niets meer dan enkel stijl, terwijl de zelfbewustheid bij Godard juist de essentie van zijn cinema vormt, een cinema die juist draait om zelfreflexie en het doorzien en begrijpen van de mechanismen die aan het filmische proces ten grondslag liggen.

Hiermee komen we op het grootste probleem wat ik heb met de films van Anderson, dat hij er in lijkt te slagen om stijl en inhoud van elkaar te scheiden, terwijl bij de grootste films stijl en inhoud juist hand in hand gaan, een organisch geheel vormen. Bij Anderson is dat in mijn ogen totaal niet het geval: stijl en inhoud gaan geen dialoog met elkaar aan, maar lijken volledig naast elkaar te bestaan, bijna onafhankelijk van elkaar. Normaal gesproken komt altijd eerst het verhaal en vervolgens kijkt de regisseur welke stijl het best bij dat verhaal past, op welke wijze hij dat verhaal zo mooi en zinnig mogelijk kan uitbeelden. Bij Anderson lijkt eerst de stijl er te zijn, als een soort onwrikbaar, voorgefabriceerd geheel en wordt het verhaal daar ingeperst. Ik voel in zijn films geen dialoog tussen stijl en inhoud. Het is dus een beetje het verschil tussen confectiekleding en haute couture: bij haute couture wordt de kleding op maat gemaakt voor de persoon (de passende stijl wordt gezocht bij een bepaalde inhoud), terwijl bij confectiekleding de persoon zich maar moet aanpassen aan de standaardkleding (bij de stijl wordt een willekeurig verhaal gezocht), waarbij nooit zo’n mooie symbiose kan ontstaan als bij haute couture. Neem ter illustratie van dit punt bijvoorbeeld de vroege films van Peter Greenaway: films als ‘The Draughtman’s Contract’ of ‘A Zed and Two Noughts’ kunnen een soortgelijke visuele aanpak als Anderson, met een voorliefde voor symmetrie en horizontale en verticale lijnen. Bij Greenaway echter, vormt die hele structuralistische aanpak de kern van zijn films en past die stijl ook bij de verhalen die hij ermee uitbeeldt: het concept van de tweeling bijvoorbeeld in ‘A Zed’ en de belangrijke positie van de schilder in ‘Draughtman’s Contract’, om nog maar te zwijgen van de bijpassende muziek en scenario’s, die ook allemaal voortkomen uit een structuralistische aanpak. Er is dus een rechtstreeks verband tussen de stijl en de inhoud van de films, een verband dat ik bij Anderson niet kan ontdekken. Dat de man talent heeft zal ik direct bevestigen en dat hij een unieke stem is in de Amerikaanse cinema ook, maar hij zal toch echt nog zichzelf enorm moeten ontwikkelen wil hij tot de grote namen gerekend mogen gaan worden, iets wat veel mensen nu al doen – in mijn ogen dus onterecht.

Labels:

dinsdag, januari 15, 2008

Dick Tracy ***

Regie: Warren Beatty (1990)

Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom de stripverfilming ‘Dick Tracy’ zo’n grote flop werd, want waar het op papier erg veelbelovend er uit zag, daar klopte het in werkelijkheid van geen kanten. Het is een klassiek voorbeeld van een film waarin eigenlijk alles verkeerd is, waarin alles als los zand aan elkaar hangt. De film is met al zijn hysterische actie toch opvallend saai en ondanks het enorme keur aan bekende acteurs beklijft geen enkel personage, het is allemaal zaagsel en bordkarton wat deze film vult. Tegenover al die negatieve aspecten staat dan echter een redeeming value die het welhaast allemaal in een klap goed maakt en dat zijn de decors en de belichting. Warren Beatty heeft als regisseur ten minste een ding goed begrepen en dat is dat hij zich moet omringen met de juiste mensen en een van die mensen is altijd DoP Vittorio Storaro, bij het grote publiek waarschijnlijk het meest bekend omdat ie ‘Apocalypse Now’ voor Coppola in beeld bracht. Hij had voor Bertolucci al de mooiste kleurenfilm aller tijden gemaakt met ‘Il Conformista’ en ook hier kan hij zich uitleven met de meest delirische kleurenpatronen. Jammer alleen dat aan de rest van de film zo weinig aandacht besteed is.

Labels:

zondag, januari 13, 2008

Psycho *****

Regie: Alfred Hitchcock (1960)

Bevat spoilers!

Hoewel ik ‘Vertigo’ nog steeds Hitchcock’s beste film vind, is ‘Psycho’ zijn meest gedurfde, baanbrekende en zelfs experimentele film. Het is sowieso al gedurfd dat een regisseur van zijn status een horrorfilm ging maken, simpelweg omdat het horrorgenre destijds niet een bepaald prestigieus genre was – het was het terrein van B-films hoofdzakelijk en iets waar gevestigde namen hun vingers aan durfde te branden. Zo niet Hitch, die zijn gehele carrière door al constant vernieuwend bezig was en met deze film het horrorgenre salonfähig maakte bij de critici en het grote publiek. Het waren ook veranderende tijden in Hollywood en in die zeitgeist zag Hitchcock zijn kans schoon om ‘Psycho’ van de grond te krijgen. De Productie Code onder leiding van Joe Breen had sinds 1934 bepaald wat wel en wat niet getoond mocht worden in films, maar de invloed van de Code was tanende; hij bestond nog wel, tot 1968 officieel, maar waar ooit het woord van Breen gospel was, daar gingen nu steeds meer mensen openlijk in tegen de Code. Films werden steeds explicieter en in 1963 later zou de wereld met ‘Blood Feast’ zijn eerste volbloed goremovie te zien krijgen en hoewel ‘Psycho’ mijlenver verwijderd is van dat HG Lewis bloedbad, heeft het wel zeer zijn steen bijgedragen in die omslag (de film toont ook een doorspoelend toilet bijvoorbeeld, iets wat onder de hoogtijdagen van de Code verboden was). Vandaag de dag ziet een film als ‘Psycho’ er misschien braaf uit, maar dat was destijds wel anders: Hitchcock heeft de film in zwart-wit gefilmd omdat het anders te shockerend zou zijn, het is daarmee de enige niet-kleurenfilm van Hitchcock uit deze periode.

Ook op narratief vlak is de film zeer gewaagd, want het is niet direct gewoon om halverwege de film de hoofdpersoon om zeep te helpen. Op het moment dat de kijker zich net heeft gehecht aan Marion Crane, wordt ze op de helft bruut ons afgenomen in de befaamde douchescène (waarin het principe van het Kuleshov effect in volle glorie te zien is) en wordt het narratieve zwaartepunt in de tweede helft van de film verschoven, een mechanisme dat je doorgaans hoogstens in avant-garde films aantreft, zeker niet in de commerciële mainstream cinema van die tijd. De tweede helft van de film voelt ook bijna aan als een andere film, waarmee de structuur van de film de schizofrenie van de hoofdpersoon op ingenieuze wijze weerspiegelt. Naar verluid had Hitchcock voor het eerst in de filmgeschiedenis opgedragen dat niemand de bioscoopzaal nog binnen mocht op het moment dat de film begonnen was, waarmee hij nog eens benadrukte dat dit een bijzonder serieuze horrorfilm was waar echt naar gekeken moest worden en niet een willekeurig B-filmpje waar je met een half oog naar kijkt.

Visueel is het Hitchcock in topvorm, een tekstboekvoorbeeld van zijn bijna enge vloeiende beeldtaal. Bij hem heb je altijd het geval dat alles zo volledig logisch is, dat de camera altijd op de juiste plaats staat, dat op het juiste moment gewisseld wordt van medium shot naar close-up; weinig mensen weten hun verhalen op zo’n harmonische visuele wijze te vertellen. Neem nu enkel de scène in het begin, waarin je een close-up ziet van het geld en daarna van de koffer en Marion bij de kast: met louter visuele informatie binnen hetzelfde shot weet je als kijker voldoende en zijn er geen woorden nodig om ons te vertellen wat er aan de hand is. Of bijvoorbeeld die sequentie waarin Marion ondervraagd wordt door de agent, vrijwel uitsluitend gefilmd met intense close-ups, die in combinatie met de zenuwslopende muziek van Herrmann een bijzonder beklemmende scène oplevert. De hele film is visueel subliem. En subliem is een perfecte omschrijving voor deze hele film, ik zou niet weten hoe die beter had kunnen zijn.

Labels:

woensdag, januari 09, 2008

Naked Lunch *****

Regie: David Cronenberg (1991)

Ik zag deze film voor het laatst een jaar of drie geleden en ik heb het altijd al een fantastische film gevonden en deze keer was het geen uitzondering. Gebleven was de waardering voor de muziekkeuze om de free jazz van Ornette Coleman te vermengen met de nieuw geschreven muziek van Howard Shore, wat enorm bijdraagt aan de bizarre sfeer. Tevens vond ik het nog steeds erg bijzonder om te zien hoe Cronenberg elementen uit het boek van William Burroughs (dat ik al jaren in de kast heb staan, maar nog nooit uitgelezen heb) combineert met autobiografische aspecten uit diens leven (een verdubbeling omdat het boek in zekere zin ook al autobiografisch was), waardoor de bijna ongeloofwaardige situatie ontstaat dat een bizarre film als deze deels een waargebeurd verhaal is. Maar dit keer was er een compleet nieuwe dimensie bijgekomen en dat was het kleurgebruik van het setdesign, welke verbluffend mooi was en waarbij ik meermalen het gevoel kreeg naar de kleuren van een stripverfilming of oude Technicolor film te zitten kijken. Ik kon me deze dimensie uit mijn voorgaande drie kijkbeurten absoluut niet herinneren en nu kan het liggen aan het gegeven dat ik de film nu voor het eerst op de Criterion release zag en niet de oude Nederlandse release die ik gewend was of aan het gegeven dat ik inmiddels een verder geevolueerde kijkhouding heb ontwikkeld of wellicht een combinatie van beiden. Maar feit was dat ik de film in zekere zin compleet voor het eerst zag en dat was een zeer opwindende ervaring.

Labels: