zaterdag, juli 14, 2007

Gishiki ***

Regie: Nagisha Oshima (1971)

Van Oshima weet je nooit wat je kunt verwachten, hij is een voor auteuristen bijzonder problematisch figuur omdat hij van genre naar genre hopt en zich voor iedere film van een andere stijl bedient. Toch hebben vrijwel al zijn films iets gemeen en dat is dat ze altijd interessant zijn – saai is hij maar zelden. ‘The Ceremony’ komt wel redelijk in de buurt van saaiheid als het gaat om het verhaal, maar puur formeel gezien is Oshima ook hier weer interessant. Het heeft allemaal iets te maken met complexe familierelaties, maar echt veel wijzer werd ik er niet van en de verbrijzelde wijze waarop het verhaal verteld wordt maakt het er niet makkelijker op. De film kende een sterk gevoel van afstandelijkheid, iets wat deze regisseur niet vreemd is, maar hier zat het mij in de weg. Hoewel ik constant het gevoel bleef houden dat ik naar iets bijzonders zat te kijken, bleef het een frustrerende ervaring omdat ik nimmer de film ging bevatten, ik kon nergens echt in de film komen en miste volgens mij de benodigde achtergrondkennis. Toch zou ik de film erg graag nog eens zien met de benodigde context. De muziek van Takemitsu was wel weer direct heerlijk.

Labels: ,

vrijdag, juli 13, 2007

Shuji Terayama Collection Vol. 1

The Cage (1962-69)

Tja, soms zie ik iets wat me fascineert zonder dat ik kan uitleggen waarom. Een serie op het oog ongerelateerde beelden, gefilmd met een groene kleurenfilter en een wazige soundtrack. Meer was het niet, maar ik vond het merkwaardig mooi om te zien, vraag me echter niet waarom.

The War of Jan-Ken-Pon (1971)

Hier kon ik dan weer helemaal niets mee. Twee merkwaardig verkleedde figuren mishandelen en vernederen elkaar wat in een soort schuur, terwijl mensen door een raam toekijken en een Nazi toespraak te horen is op de soundtrack. Had sterk het gevoel dat ik de benodigde achtergrondinformatie miste, want het voelde politiek aan, maar heb geen idee hoe of wat verder. Nooit geweten overigens dat er zoveel zand en keien in een onderbroek passen.

Butterfly (1974)

Alsof Frans Zwartjes met de belichting van Mario Bava een remake van Jack Smith’s ‘Flaming Creatures’ gemaakt heeft. Niet dat er ook maar een ziel is die zich met deze informatie iets kan visualiseren vermoedelijk, maar zo zag dit bizarre schouwspel er ongeveer uit. Want bizar was het en een schouwspel ook. En mooi bovendien, de mooiste film van deze DVD.

Laura (1974)

Een soort erotische stand-up comedy waarin drie wulpse dames het filmpubliek toespreken en als er iemand van het publiek de film instapt en ontkleed wordt door de dames zijn de spreekwoordelijke rapen gaar. Latenachts waanzin.

Labels: , ,

woensdag, februari 28, 2007

Tomato Kecchappu Kôtei ****

Regie: Shuji Terayama (1971)


Ik kwam deze film eerst op het spoor dankzij het album van de experimentele band Stereolab dat de Engelse titel ‘Emperor Tomato Ketchup’ draagt en daarna kwam ik de film weer tegen vanwege de controverse dat kinderen in deze film seks hebben met volwassenen. Voldoende reden dus om deze film eens te bekijken dacht ik en ik zal het niet licht vergeten. De film kent twee versies, de oorspronkelijke getinte versie van 75 minuten, die door niemand gezien is, en een latere zwart-witte versie van 28 minuten, die door iets meer mensen maar nog steeds vrijwel niemand gezien is; ik zag deze volledige 75 minuten versie. In deze film schetst experimenteel provocateur Shuji Terayama een soort van post-apocalyptische wereld waarin kinderen de baas zijn over volwassenen. Dit klinkt nog als een soort sprookje, maar dat is het zeker niet, want zoals eerder gezegd verkrachten kinderen volwassen mensen, hebben kinderen seks met elkaar, worden volwassen mensen door kinderen gemarteld enzovoorts. De film is gefilmd met veel overbelichting en schudderige handcamera - echt type underground film dus en het geheel wordt begeleid door een bijzondere experimentele geluidsband. Een logische keuze allemaal omdat de dystopische wereldvisie die Teyarama ons hier voorschotelt op deze manier extra kracht wordt bijgezet.

Natuurlijk is dit niet direct een reclamespotje voor de ChristenUnie, maar dat was ook niet de bedoeling: het is Terayama’s aanklacht tegen de Holocaust van WOII, de atoombommen op Japan en feitelijk alle menselijke tragedies in de geschiedenis. Er zijn heel veel mensen die bang zijn voor nuancering en die slechte mensen ook enkel als slechte mensen willen zien. Dat soort mensen worden boos als je zegt dat Hitler bijvoorbeeld (ik zeg maar wat) een groot dierenliefhebber was; dit mag je niet zeggen want Hitler is het Grote Kwaad en ieder positief woord over het Grote Kwaad is fout, want we moeten de wereld zwart-wit zien: goed moet per definitie gescheiden blijven van kwaad. Dit soort mensen zijn ook per definitie tegen ieder vorm van seks waarin kinderen gebruikt worden en zijn dus ook per definitie gekant tegen een film als deze. Uiteraard ben ook ik tegen kinderporno en vind ik dat het zo hard mogelijk aangepakt moet worden, maar daarmee is niet gezegd dat mijn vermogens tot differentiatie of nuancering opgegeven worden als ik naar een film als deze kijk waarin kinderen seks hebben. Het is namelijk absoluut niet pornografisch zoals wel eens beweerd wordt over deze film, het is enkel suggestie. Ja, deze film zit tegen de morele grens aan of gaat daar zelfs volledig overheen, dat is ook deels de bedoeling van deze film. Een veel gehoord standpunt is dat ‘alle kunst schokkend moet zijn, ons wakker moet schudden, ons de ogen moet openen’. Nou, deze verontrustende en beklemmende film doet dat zeker. En hoe je ook tegen de film aankijkt, vergeten zul je hem niet gemakkelijk en daarmee heeft de film feitelijk al zijn doel bereikt. Ik vond het een bizar intrigerende film in ieder geval en ben nu zeer benieuwd geworden naar het overige werk van Shuji Terayama.

Labels: , ,

vrijdag, februari 23, 2007

Shinjuku dorobo nikki ****

Regie: Nagisa Oshima (1968)


En jawel, de zoveelste indrukwekkende film op rij die ik zie van Nagisa Oshima, iemand die ik langzamerhand toch wel tot mijn favoriete filmmakers mag gaan rekenen. Een van de frustrerende maar tegelijkertijd ook opwindende elementen aan Oshima voor een auteursminded kijker als ik, is dat de man bewust geen vaste stijl had, hij vond namelijk dat iedere film zijn eigen stijl verdiende. Dientengevolge kunnen zijn films onderling ontzettend verschillend zijn stilistisch gezien, hoewel het idee van experiment vastgebakken zit in Oshima, hij is zo ongeveer de Jean-Luc Godard van de Japanse New Wave. Deze hoogst experimentele film wordt constant ‘onderbroken’ door sullige liedjes, er wordt veel gebruik gemaakt van geschreven woord, er is zeer losse cameravoering met veel handcamerawerk, veel vreemde close-ups of camerastandpunten, rappe montage, een vrijelijk heen en weer schieten tussen kleur en zwart-wit en een loshangend verhaal zonder duidelijke focus. Eigenlijk is de film niets anders dan stijl, maar Oshima heeft zo’n natuurlijk gevoel voor film dat het werkelijk een genot is om naar te kijken. Het gebrek aan echte inhoud voorkomt dat dit een echt meesterwerk is, maar het kent eenzelfde geïnspireerde frivoliteit, prettige stuurloosheid en charmante losheid als Godard tentoonspreidde in films als ‘A Bout de Souffle’ of ‘Une Femme est Une Femme’. Persoonlijk zou ik graag zien als er meer van dit soort studies naar de mechanismen en mogelijkheden van het medium gemaakt zouden worden, want ik zie ze graag zo, zeker als ze van het niveau van ‘Diary of a Shinjuku Thief’ zijn.

Labels: ,

zondag, februari 18, 2007

Buta to gunkan ***1/2

Regie: Shohei Imamura (1961)

Deze uitzinnige satire is een van de sleutelwerken in de opkomst van de Japanse New Wave wat zeer goed te merken is in de sociale kritiek die de film uitoefent, zo’n beetje hét kenmerk bij uitstek van deze beweging. Van regisseur Shohei Imamura had ik tot dusverre enkel ‘The Pornographers’ en ‘Vengeance is Mine’ gezien in een ver verleden, films die me niet bijzonder wisten te overtuigen, iets wat deze film helaas ook niet geheel doet, ook al vond ik het een zeer interessante film en was de climax heerlijk grotesk. Imamura was befaamd geïnteresseerd in de ‘lagere delen van het menselijk lichaam en de lagere delen van de sociale structuur’, een thema dat sowieso in de drie films die ik gezien heb duidelijk naar voren komt. Ik vind het maar vreemd: hier hebben we een regisseur die onderwerpen kiest die niet kies zijn, waar ‘gerespecteerde’ mensen zich niet aan wagen, iemand die de zelfkant van de maatschappij toont en dat doet met een fikse dosis zwarte humor. Op papier klinkt dat als iemand recht in mijn straatje, maar na drie films gezien te hebben die ook nog eens redelijk algemeen als meesterwerken bestempeld worden kan ik nog niet bijzonder enthousiast zijn over Imamura. En dat frustreert. Ik ben nog steeds op zoek naar mijn sleutel die toegang verschaft tot de wereld van Shohei Imamura. Weet iemand bij welke slotenmaker ik moet zijn?

Labels: ,

woensdag, januari 17, 2007

Koshikei ****1/2

Regie: Nagisa Oshima (1968)

De doodstraf, het is een heikel discussiepunt. Persoonlijk heb ik nooit kunnen begrijpen hoe mensen met ook maar een klein beetje verstand voor de doodstraf kunnen zijn, want de onherroepelijkheid van het fenomeen weegt in mijn ogen altijd zwaarder dan welk ander argument dan ook. In de filmwereld zijn er uiteraard mooie films gemaakt rondom dit onderwerp, bijvoorbeeld Kieslowski’s ‘A Short Film About Killing’ of de moderne klassieker ‘Dead Man Walking’. De sublieme Japanse New Wave regisseur Nagisa Oshima maakte echter de meest originele film over dit onderwerp die ik ken, want hij maakte van het controversiële onderwerp een van de meest inktzwarte komedies uit de filmgeschiedenis, ‘Death by Hanging’ een film zo absurd en bespottelijk als Kubrick’s ‘Dr Strangelove’. Na een mededeling dat 71% van alle mensen in Japan tegen de afschaffing van de doodstraf is en de confronterende vraag ‘hebben jullie dan ooit wel eens een executie van dichtbij meegemaakt?’ volgt een soort van ridiculiserend documentaireachtig portret van een executiegebouw waarbij een voice-over in fijn detail uitlegt hoe alles daar in zijn werk gaat. Vervolgens wordt de man R opgehangen. Maar… het lichaam van R weigert executie! Wat nu te doen? Want de man is niet dood en het bijkomende probleem is dat je een bewusteloze persoon niet mag ophangen omdat hij dan zijn straf niet kan beseffen. Als hij dan na verwoede pogingen eindelijk weer tot bewustzijn komt, weigert R echter te onderkennen dat hij R is en mogen de officials hem weer niet ophangen, want de R die ze nu in handen hebben is niet de R die veroordeeld is voor de misdaad. Je kunt het al raden, dit gaat maar zo door tot in het volledig absurde en Oshima slaagt er in om een film van twee uur te maken rondom deze hele farce. Het geheel voelt aan als een heidens huwelijk tussen Luis Buñuel en Monty Python waarbij ik constant met een grote glimlach voor de buis zat en meermalen echt schaterlachend over de bank rolde. En dat bij een film over de doodstraf.

Ik besef na mijn derde Nagisa Oshima film hoezeer het nu tijd wordt dat Criterion of Masters of Cinema een box met zijn films op de markt brengt in plaats van de duizendste Kurosawa. Want Oshima is een crimineel genegeerd filmmaker wiens films behoren tot de meest originele uit de Japanse cinema.

Labels: ,

maandag, januari 15, 2007

Ansatsu ****

Regie: Masahiro Shinoda (1964)


Van Masahiro Shinoda had ik alleen het zeer interessante ‘Double Suicide’ (uitgegeven op Criterion) gezien en deze film ‘Assassination’ uit de Masters of Cinema reeks is dus mijn tweede Shinoda en wederom een interessante. Hoewel de meeste films uit de Japanse ‘Nuberu Bagu’ zich afspelen in een contemporaine setting koos Shinoda hier voor een kostuumdrama, maar leverde daarmee uiteraard wel commentaar op de situatie destijds in Japan. Het is een zeer nihilistische en chaotische film, zowel in vorm als inhoud. Shinoda toont een wereld van anarchie waarin iedereen elkaar naar het leven lijkt te staan en vertelt het verhaal ook nog eens hoogst ingewikkeld met flashbacks waarmee de reeds chaotische aard van de film nog een stukje minder overzichtelijk wordt. Ook visueel gezien is de film erg rusteloos en gebruikt Shinoda vrijelijk experimentele technieken uit de Nouvelle Vague zonder overigens al te experimenteel te worden: de technieken staan in dienst van het verhaal en met zijn freezeframes, jump-cuts, handheld camera en merkwaardig gebruik van geluid vond Shinoda de perfecte nerveuze stijl om het chaotische verhaal te complementeren. Naast alle experimentele technieken is de film juist met een merkwaardig elegante ‘Scope cinematografie geschoten, een mooi contrast. Een van de plezieren van het kijken van Japanse films uit deze periode is dat ze steevast muziek hebben van Toru Takemitsu, de grootste (avant-garde) componist van Japan en zijn hoogst atonale muziek past perfect bij de beelden. Het is dus stilistisch allemaal een lust voor het oog en oor, maar toch miste ik een zekere buzz en had ik het gevoel redelijk wat te missen in het verhaal, iets wat ik voorlopig maar wijt aan een overdaad aan filmbeelden de afgelopen dagen waardoor mijn concentratie verre van optimaal was. Het is zonder meer een aanrader uit de MoC serie.

Labels: ,

zondag, januari 14, 2007

Tokyo senso sengo hiwa ***1/2

Regie: Nagisha Oshima (1970)


Dit is na het overweldigende ‘Shonen’ de tweede film die ik zie van Nagisa Oshima, een van de grondleggers van de Japanse New Wave, het Japanse equivalent van de Franse Nouvelle Vague. Hoewel ‘The Man Who Left his Will on Film’, zoals de film doorgaans in het Engels heet, niet zo indrukwekkend is als ‘Shonen’ is dit zonder meer een interessante film. Uiteraard zijn er de nodige experimenten, niet alleen visueel, ook met geluid. Zo wordt de muziek van Toru Takemitsu over dialogen heengespeeld, horen we soms in een scène alleen bepaalde diegetische geluiden (in plaats van alle geluiden die je zou moeten horen) of is er vaak een zekere frictie tussen beeld en geluid (zoals een aangehouden shot van een dak van een huis dat begeleid wordt door een dialoog tussen -vermoedelijk- mensen in dat huis). Het is een film over film, en gaat over een film achtergelaten door iemand die al dan niet ooit bestaan heeft en het idee van gefilmde beelden die vervolgens een soort van eigen leven gaan leiden deed me zeer sterk denken aan Haneke’s ‘Caché’. Het past precies in de traditie van het modernisme zoals dat in de jaren ’60 opgekomen was: stilistische experimenten (Godard is een referentiepunt), een mysterie waar de film nooit echt in geïnteresseerd is (Antonioni, of ‘L’Année Dernière à Marienbad’) en een zelfbewuste, ambivalente houding zonder eenduidige conclusie a la Fellini’s ‘Otto e Mezzo’. Het is echter geen meesterwerk zoals voorgenoemd vergelijkingsmateriaal wel is: de film is wat stuurloos, gedateerd in zijn idee dat studenten nog echt de wereld kunnen gaan veranderen (zeer typisch voor de zeitgeist uiteraard) en voelt vaak aan als een experimentele film om te kunnen experimenteren. Ik zou nimmer willen gaan claimen dat dit een modernistisch meesterwerk is en tegenstanders van deze stroming zullen hier niet door overtuigd gaan worden, maar voor de liefhebber valt er voldoende te genieten, zolang je de gebreken voor lief neemt. Ik begin in ieder geval langzaam te beseffen waarom Nagisa Oshima als zo’n belangrijke figuur wordt gezien en dat het een regisseur naar mijn hart is.

Labels: ,

woensdag, december 20, 2006

Shonen *****

Regie: Nagisa Oshima (1969)

Uiteraard kende niet alleen Frankrijk een Nouvelle Vague maar had zo’n beetje ieder land zo’n opkomst van nieuw talent in de jaren ’60 en Japan is een van de meest vermaarde voorbeelden. Althans op papier, want de meeste films zien hier in het Westen zo goed als onbekend. Zo ook het werk van Nagisa Oshima, een van de lichtende voorbeelden van de stroming wiens werk zo goed als niet op DVD verschenen is. ‘Shonen’ AKA ‘Boy’ wordt beschouwd als een van zijn beste films en met reden! Het is namelijk een ongeëvenaard meesterwerk.

De film vertelt het verhaal van een jonge knul die door zijn ouders gedwongen wordt auto-ongelukken te faken om zodoende smartegeld binnen te slepen. Het duurde erg lang voordat ik in de film kon komen, maar langzaam maar toch heel erg zeker begon de film een diepe indruk op mij achter te laten. Ik was verbaasd over het feit dat ik me emotioneel maar niet kon binden aan de film, totdat ik besefte dat dit exact de bedoeling van Oshima was. Hij nodigt zijn kijkers niet uit om zich emotioneel te laten meevoeren, hij maakt het ze zelfs volledig onmogelijk. Het scenario is ontzettend repetetief: steeds weer zien we een ongeluk en de nasleep ervan. Keer op keer. Maar altijd op afstand en ook elliptisch, want relatief veel informatie wordt de kijker onthouden. Ook visueel houdt Oshima de kijker op een afstand. Bewegen doet hij zijn camera niet: alles is gefilmd middels statische long shots en iedere beweging binnen een scène wordt middels montage gerealiseerd. Niet direct een manier dus om de kijker in het verhaal te betrekken. En ineens begreep ik de genialiteit van Oshima hierin: we hebben hier te maken met een tranentrekkend verhaal over een jong ventje dat emotioneel en fysiek misbruikt wordt door zijn ouders en het had in de handen van vele regisseurs kunnen leiden tot een emotioneel Disney verhaaltje. Maar de kilheid, mimimalisme en afstandelijkheid waarmee Oshima zijn materiaal benadert heeft uiteindelijk juist het effect dat je de absurde en afschrikwekkende aard van de gebeurtenissen gaat beseffen en overpeinzen. De muziek is ook al zo vreemd: vaak dissonant en op momenten waarop je het niet verwacht en dialogen worden vaak overstemd door muziek. Dit is geen film die je meezuigt en die voor je denkt, maar een film die je dwingt om zelf te denken, constant tijdens het kijken van de film zelf al.

Na iets meer dan een uur komt Oshima ineens op de proppen met enkele camerabewegingen, kleurenfilters en documentaire-elementen, op een cruciaal snijpunt van het verhaal. Met een ijskoude blauwe kleurenfilter laat Oshima ons ineens wat voelen. Ik kreeg ineens het gevoel dat alleen de allergrootste films me kunnen bezorgen: mijn adem werd afgesneden, ik kreeg het warm, ik voelde de tranen opwellen en die merkwaardige mentale opwinding kwam weer. Toen besefte ik pas hoe goed de film was waar ik al een uur naar zat te kijken.

Ik ken weinig films die zo afstandelijk en tegelijkertijd zo intens zijn. Het is een film waarin de esthetische, formele en inhoudelijke aspecten hand in hand gaan, omdat ze zo op elkaar afgestemd zijn. Ze vormen een perfect huwelijk. ‘Shonen’ is terecht een klassieker van de Japanse New Wave en een film die letterlijk schreeuwt om een behandeling van Criterion of Masters of Cinema.

Labels: ,

dinsdag, september 05, 2006

Funeral Parade of Roses ****1/2

Regie: Toshio Matsumoto (1969)

Soms lijkt een film voor jou persoonlijk gemaakt. Wat krijg je als je tot onderwerp de gay subcultuur van Tokio neemt en dit weergeeft in een mengeling van Italiaans neorealisme, avant-garde film, documentaire, animatie, literatuur, politiek en muziek? ‘Funeral Parade of Roses’ dus, een hallucinerende mix van alle filmtechnieken denkbaar en een film die stilistisch duidelijk van grote invloed is geweest op Kubrick’s cartooneske ‘A Clockwork Orange’, maar dan nog enkele graadjes extremer, compleet met openlijk drugsgebruik en naaktscènes - zeker in 1969 nog behoorlijk radicaal. Er is wel een duidelijk narratief element aanwezig, maar dit wordt dermate versnipperd door allerhande zijsporen, dat het schier onmogelijk is om de film in een keer te bevatten; het is zelfs goed mogelijk dat de film nooit geheel te bevatten is, maar meerdere kijkbeurten zullen allerlei steeds terugkerende beelden en motieven zonder twijfel een duidelijkere plaats geven. Wat wel duidelijk is, is dat de film als enige doel heeft om alle mogelijke grenzen te overschrijden en taboes te doorbreken en het geheel is dan ook een merkwaardige mengeling van humor, tragiek, realiteit, fantasie en symboliek. De gemiddelde filmkijker krijgt hoofdwaarschijnlijk een knallende koppijn of schimmel onder de nagels van een film als deze, avontuurlijke mensen die geen lineair verhaal nodig hebben en open staan voor een geestverruimende en baanbrekende film, zullen hier echter een juweeltje in vinden.

Masters of Cinema is er wederom in geslaagd om een zeer bijzondere film in hun catalogus op te nemen en ze zijn langzaam maar zeker Criterion van de troon aan het stoten, zeker als het gaat om gedurfde releases. De kwaliteit van de releases is uiteraard weer van de hoogte plank, zoals we van ze gewend zijn. Beeld en geluid zijn uitstekend te noemen en extra's zijn legio: een 40 pagina's tellend boekje met de nodige achtergrondinformatie omtrent de Japanse New Wave, een verhelderend audiocommentaar van de regisseur (in het Japans met Engelse subs), plus nog een interview met de regisseur wat ik nog kijken moet. Een zeer dikke aanrader voor de avontuurlijken onder ons.

Labels: , ,