zaterdag, juli 14, 2007

Gishiki ***

Regie: Nagisha Oshima (1971)

Van Oshima weet je nooit wat je kunt verwachten, hij is een voor auteuristen bijzonder problematisch figuur omdat hij van genre naar genre hopt en zich voor iedere film van een andere stijl bedient. Toch hebben vrijwel al zijn films iets gemeen en dat is dat ze altijd interessant zijn – saai is hij maar zelden. ‘The Ceremony’ komt wel redelijk in de buurt van saaiheid als het gaat om het verhaal, maar puur formeel gezien is Oshima ook hier weer interessant. Het heeft allemaal iets te maken met complexe familierelaties, maar echt veel wijzer werd ik er niet van en de verbrijzelde wijze waarop het verhaal verteld wordt maakt het er niet makkelijker op. De film kende een sterk gevoel van afstandelijkheid, iets wat deze regisseur niet vreemd is, maar hier zat het mij in de weg. Hoewel ik constant het gevoel bleef houden dat ik naar iets bijzonders zat te kijken, bleef het een frustrerende ervaring omdat ik nimmer de film ging bevatten, ik kon nergens echt in de film komen en miste volgens mij de benodigde achtergrondkennis. Toch zou ik de film erg graag nog eens zien met de benodigde context. De muziek van Takemitsu was wel weer direct heerlijk.

Labels: ,

vrijdag, februari 23, 2007

Shinjuku dorobo nikki ****

Regie: Nagisa Oshima (1968)


En jawel, de zoveelste indrukwekkende film op rij die ik zie van Nagisa Oshima, iemand die ik langzamerhand toch wel tot mijn favoriete filmmakers mag gaan rekenen. Een van de frustrerende maar tegelijkertijd ook opwindende elementen aan Oshima voor een auteursminded kijker als ik, is dat de man bewust geen vaste stijl had, hij vond namelijk dat iedere film zijn eigen stijl verdiende. Dientengevolge kunnen zijn films onderling ontzettend verschillend zijn stilistisch gezien, hoewel het idee van experiment vastgebakken zit in Oshima, hij is zo ongeveer de Jean-Luc Godard van de Japanse New Wave. Deze hoogst experimentele film wordt constant ‘onderbroken’ door sullige liedjes, er wordt veel gebruik gemaakt van geschreven woord, er is zeer losse cameravoering met veel handcamerawerk, veel vreemde close-ups of camerastandpunten, rappe montage, een vrijelijk heen en weer schieten tussen kleur en zwart-wit en een loshangend verhaal zonder duidelijke focus. Eigenlijk is de film niets anders dan stijl, maar Oshima heeft zo’n natuurlijk gevoel voor film dat het werkelijk een genot is om naar te kijken. Het gebrek aan echte inhoud voorkomt dat dit een echt meesterwerk is, maar het kent eenzelfde geïnspireerde frivoliteit, prettige stuurloosheid en charmante losheid als Godard tentoonspreidde in films als ‘A Bout de Souffle’ of ‘Une Femme est Une Femme’. Persoonlijk zou ik graag zien als er meer van dit soort studies naar de mechanismen en mogelijkheden van het medium gemaakt zouden worden, want ik zie ze graag zo, zeker als ze van het niveau van ‘Diary of a Shinjuku Thief’ zijn.

Labels: ,

woensdag, januari 17, 2007

Koshikei ****1/2

Regie: Nagisa Oshima (1968)

De doodstraf, het is een heikel discussiepunt. Persoonlijk heb ik nooit kunnen begrijpen hoe mensen met ook maar een klein beetje verstand voor de doodstraf kunnen zijn, want de onherroepelijkheid van het fenomeen weegt in mijn ogen altijd zwaarder dan welk ander argument dan ook. In de filmwereld zijn er uiteraard mooie films gemaakt rondom dit onderwerp, bijvoorbeeld Kieslowski’s ‘A Short Film About Killing’ of de moderne klassieker ‘Dead Man Walking’. De sublieme Japanse New Wave regisseur Nagisa Oshima maakte echter de meest originele film over dit onderwerp die ik ken, want hij maakte van het controversiële onderwerp een van de meest inktzwarte komedies uit de filmgeschiedenis, ‘Death by Hanging’ een film zo absurd en bespottelijk als Kubrick’s ‘Dr Strangelove’. Na een mededeling dat 71% van alle mensen in Japan tegen de afschaffing van de doodstraf is en de confronterende vraag ‘hebben jullie dan ooit wel eens een executie van dichtbij meegemaakt?’ volgt een soort van ridiculiserend documentaireachtig portret van een executiegebouw waarbij een voice-over in fijn detail uitlegt hoe alles daar in zijn werk gaat. Vervolgens wordt de man R opgehangen. Maar… het lichaam van R weigert executie! Wat nu te doen? Want de man is niet dood en het bijkomende probleem is dat je een bewusteloze persoon niet mag ophangen omdat hij dan zijn straf niet kan beseffen. Als hij dan na verwoede pogingen eindelijk weer tot bewustzijn komt, weigert R echter te onderkennen dat hij R is en mogen de officials hem weer niet ophangen, want de R die ze nu in handen hebben is niet de R die veroordeeld is voor de misdaad. Je kunt het al raden, dit gaat maar zo door tot in het volledig absurde en Oshima slaagt er in om een film van twee uur te maken rondom deze hele farce. Het geheel voelt aan als een heidens huwelijk tussen Luis Buñuel en Monty Python waarbij ik constant met een grote glimlach voor de buis zat en meermalen echt schaterlachend over de bank rolde. En dat bij een film over de doodstraf.

Ik besef na mijn derde Nagisa Oshima film hoezeer het nu tijd wordt dat Criterion of Masters of Cinema een box met zijn films op de markt brengt in plaats van de duizendste Kurosawa. Want Oshima is een crimineel genegeerd filmmaker wiens films behoren tot de meest originele uit de Japanse cinema.

Labels: ,

zondag, januari 14, 2007

Tokyo senso sengo hiwa ***1/2

Regie: Nagisha Oshima (1970)


Dit is na het overweldigende ‘Shonen’ de tweede film die ik zie van Nagisa Oshima, een van de grondleggers van de Japanse New Wave, het Japanse equivalent van de Franse Nouvelle Vague. Hoewel ‘The Man Who Left his Will on Film’, zoals de film doorgaans in het Engels heet, niet zo indrukwekkend is als ‘Shonen’ is dit zonder meer een interessante film. Uiteraard zijn er de nodige experimenten, niet alleen visueel, ook met geluid. Zo wordt de muziek van Toru Takemitsu over dialogen heengespeeld, horen we soms in een scène alleen bepaalde diegetische geluiden (in plaats van alle geluiden die je zou moeten horen) of is er vaak een zekere frictie tussen beeld en geluid (zoals een aangehouden shot van een dak van een huis dat begeleid wordt door een dialoog tussen -vermoedelijk- mensen in dat huis). Het is een film over film, en gaat over een film achtergelaten door iemand die al dan niet ooit bestaan heeft en het idee van gefilmde beelden die vervolgens een soort van eigen leven gaan leiden deed me zeer sterk denken aan Haneke’s ‘Caché’. Het past precies in de traditie van het modernisme zoals dat in de jaren ’60 opgekomen was: stilistische experimenten (Godard is een referentiepunt), een mysterie waar de film nooit echt in geïnteresseerd is (Antonioni, of ‘L’Année Dernière à Marienbad’) en een zelfbewuste, ambivalente houding zonder eenduidige conclusie a la Fellini’s ‘Otto e Mezzo’. Het is echter geen meesterwerk zoals voorgenoemd vergelijkingsmateriaal wel is: de film is wat stuurloos, gedateerd in zijn idee dat studenten nog echt de wereld kunnen gaan veranderen (zeer typisch voor de zeitgeist uiteraard) en voelt vaak aan als een experimentele film om te kunnen experimenteren. Ik zou nimmer willen gaan claimen dat dit een modernistisch meesterwerk is en tegenstanders van deze stroming zullen hier niet door overtuigd gaan worden, maar voor de liefhebber valt er voldoende te genieten, zolang je de gebreken voor lief neemt. Ik begin in ieder geval langzaam te beseffen waarom Nagisa Oshima als zo’n belangrijke figuur wordt gezien en dat het een regisseur naar mijn hart is.

Labels: ,

woensdag, december 20, 2006

Shonen *****

Regie: Nagisa Oshima (1969)

Uiteraard kende niet alleen Frankrijk een Nouvelle Vague maar had zo’n beetje ieder land zo’n opkomst van nieuw talent in de jaren ’60 en Japan is een van de meest vermaarde voorbeelden. Althans op papier, want de meeste films zien hier in het Westen zo goed als onbekend. Zo ook het werk van Nagisa Oshima, een van de lichtende voorbeelden van de stroming wiens werk zo goed als niet op DVD verschenen is. ‘Shonen’ AKA ‘Boy’ wordt beschouwd als een van zijn beste films en met reden! Het is namelijk een ongeëvenaard meesterwerk.

De film vertelt het verhaal van een jonge knul die door zijn ouders gedwongen wordt auto-ongelukken te faken om zodoende smartegeld binnen te slepen. Het duurde erg lang voordat ik in de film kon komen, maar langzaam maar toch heel erg zeker begon de film een diepe indruk op mij achter te laten. Ik was verbaasd over het feit dat ik me emotioneel maar niet kon binden aan de film, totdat ik besefte dat dit exact de bedoeling van Oshima was. Hij nodigt zijn kijkers niet uit om zich emotioneel te laten meevoeren, hij maakt het ze zelfs volledig onmogelijk. Het scenario is ontzettend repetetief: steeds weer zien we een ongeluk en de nasleep ervan. Keer op keer. Maar altijd op afstand en ook elliptisch, want relatief veel informatie wordt de kijker onthouden. Ook visueel houdt Oshima de kijker op een afstand. Bewegen doet hij zijn camera niet: alles is gefilmd middels statische long shots en iedere beweging binnen een scène wordt middels montage gerealiseerd. Niet direct een manier dus om de kijker in het verhaal te betrekken. En ineens begreep ik de genialiteit van Oshima hierin: we hebben hier te maken met een tranentrekkend verhaal over een jong ventje dat emotioneel en fysiek misbruikt wordt door zijn ouders en het had in de handen van vele regisseurs kunnen leiden tot een emotioneel Disney verhaaltje. Maar de kilheid, mimimalisme en afstandelijkheid waarmee Oshima zijn materiaal benadert heeft uiteindelijk juist het effect dat je de absurde en afschrikwekkende aard van de gebeurtenissen gaat beseffen en overpeinzen. De muziek is ook al zo vreemd: vaak dissonant en op momenten waarop je het niet verwacht en dialogen worden vaak overstemd door muziek. Dit is geen film die je meezuigt en die voor je denkt, maar een film die je dwingt om zelf te denken, constant tijdens het kijken van de film zelf al.

Na iets meer dan een uur komt Oshima ineens op de proppen met enkele camerabewegingen, kleurenfilters en documentaire-elementen, op een cruciaal snijpunt van het verhaal. Met een ijskoude blauwe kleurenfilter laat Oshima ons ineens wat voelen. Ik kreeg ineens het gevoel dat alleen de allergrootste films me kunnen bezorgen: mijn adem werd afgesneden, ik kreeg het warm, ik voelde de tranen opwellen en die merkwaardige mentale opwinding kwam weer. Toen besefte ik pas hoe goed de film was waar ik al een uur naar zat te kijken.

Ik ken weinig films die zo afstandelijk en tegelijkertijd zo intens zijn. Het is een film waarin de esthetische, formele en inhoudelijke aspecten hand in hand gaan, omdat ze zo op elkaar afgestemd zijn. Ze vormen een perfect huwelijk. ‘Shonen’ is terecht een klassieker van de Japanse New Wave en een film die letterlijk schreeuwt om een behandeling van Criterion of Masters of Cinema.

Labels: ,