zondag, december 14, 2008

The Times of Harvey Milk (Rob Epstein, 1984) *****


Met de film 'Milk' van Gus van Sant in de aantocht deze film nog maar eens gekeken en hij is nog altijd even indrukwekkend. Deze documentaire gaat over Amerika’s eerste openlijk homoseksuele politicus, Harvey Milk, een man die vurig streed voor de acceptatie van minderheden en na elf maanden in de Raad gezeten te hebben op koelbloedige wijze werd doodgeschoten door een politieke concurrent die en passant ook nog even de burgemeester om zeep hielp. Het is een schokkend, ontroerend en verbijsterend verhaal, dat op perfecte wijze wordt gebracht door meesterdocumentairemaker Rob Epstein en een film als deze bewijst andermaal waarom een film als 'Brokeback Mountain' zo'n intens verwerpelijke, walgelijke film is omdat alle issues die deze film rechtstreeks aankaart in BB simpelweg genegeerd en ontkend worden. De opbouw van 'Harvey Milk' is geweldig, waardoor je een uitstekend beeld krijgt van Harvey Milk, waardoor de verwoestende en aangrijpende climax enorm hard aankomt. Natuurlijk is deze film een vurig pleidooi voor homorechten, maar zoals altijd met Epstein is zijn horizon veel breder dan dat en de film is eveneens een pleidooi voor de acceptatie van alle minderheden, evenals voor een tolerante maatschappij. Nog steeds een indrukwekkende en belangrijke film, gegoten in een perfecte documentaire. Ik ben erg benieuwd wat van Sant en Sean Penn ervan gemaakt hebben. Dit is verplichte kost voor iedereen in ieder geval.

Labels:

maandag, juni 11, 2007

Shortbus ****1/2

Regie: John Cameron Mitchell (2006)


Er zijn films die je goed vindt omdat ze een overweldigende esthetische ervaring bieden en er zijn films die je goed vindt omdat je jezelf erg kunt herkennen in de wereld die geschetst wordt. ‘Short Bus’ valt voor mij in de laatste categorie; ik wilde de film ook al zien voordat ie uitgebracht was maar onder het motto ‘beter laat dan nooit’ zag ik hem nu pas. John Cameron Mitchell schetst een Manhattan waarin alle vormen van seksualiteit een plaats hebben, een wereld waarin op iedere hoek van de straat seks te vinden is, maar waarin de zoektocht naar echte liefde, affectie of genegenheid vaak een bijzonder moeizame is. Zelden heb ik de vaak oppervlakkige gayscene zo treffend in beeld gebracht zien worden, het was een beeld waarin ik me bijzonder goed kon herkennen. Er is toch opvallend veel tederheid te vinden in een film met zoveel expliciete seks en het is deze curieuze mengeling van intimiteit en hardcore porno die deze film zo bijzonder maakt. En het was allemaal zo verdomde herkenbaar voor me dat ik er bijna eng van werd. Het is een humoristisch-kritische blik op bepaalde randgebieden van de hedendaagse maatschappij, niet ongespeend van enige melancholie en misschien zelfs wel hypochondrie. Het voelde aan als een bijzonder frisse variant van het door mij zo geliefde ‘eenzame mensen in een grote stad’ genre, zoals bijvoorbeeld de films van Wong Kar-wai, terwijl de structuur wat weg had van Altman’s meesterwerk ‘Short Cuts’. Dankzij de expliciete aard van het project zal het vermoedelijk enkel bestemd blijven voor een kleine nichemarkt maar deze intelligente, eerlijke en gedurfde film is niets minder dan een modern meesterwerkje.

Labels:

dinsdag, mei 22, 2007

Pink Narcissus *****

Regie: James Bidgood (1971)

Omdat experimentele kunst en leuke jongens mijn twee grootste liefhebberijen zijn, kun je mij bij het zien van homo-erotische avant-garde films van de grond afschrapen. Hemeltjelief, wat een ervaring was dit weer! Omschrijven van deze ondergrondse gayfilm mijlpaal, die jarenlang verloren gewaand is, is onwenselijk. Wat steekwoorden die door mijn hoofd spookten: opwinding, camp, ultrakitsch, geilheid, schoonheid, hallucinatie, toewijding, artificieel, Dionysisch, erotica, amateurisme, dromerig, kleurrijk. Referentiepunten zijn uiteraard de bekende: Kenneth Anger, Jean Cocteau, Jack Smith, Jean Genet’s ‘Un Chant d’Amour’, Derek Jarman, jaren ’60 LSD cultuur of misschien wat meer recentelijk de zuurstokkleuren extravagantie van Pedro Almodóvar. Natuurlijk is het dialoog- en plotloos, dit is een cinema die enkel bedoeld is om schaamteloos te zwelgen in de schoonheden van het mannelijk lichaam en de excessen van de homocultuur.

Dit is geen film die je met je ouders wilt kijken. Het is een film waar iedere rechtgeaarde homo kwijlend bij weg zal dromen, waar Christelijke figuren met het schaamrood op de kaken de ogen van zullen afwenden, waar iedere homofobische groepering bevestiging door zal krijgen dat homoseksualiteit een verderfelijke ziekte is. Nou als het een ziekte is dan ben ik met het kijken van een film als deze erg graag doodziek. ‘Dokter! Ik heb mijn zetpil van vandaag nog niet gehad!’

Labels: ,

dinsdag, maart 27, 2007

Boys Life 5

Verzamel DVD met vier korte (homoseksuele) coming of age drama’s:

Dare ***1/2

Regie: Adam Salky (2005)

Alleraardigst: herkenbaar en invoelbaar.

Fishbelly White **1/2

Regie: Michael Burke (1998)

Deze korte film zou de basis blijken van de langspeler ‘The Mudge Boy’. Niet heel speciaal, hoewel het einde wel bijzonder is..

Late Summer ***

Regie: David Ottenhouse (2001)

Een vrij aardig coming of age dramafilmpje dat aan de ene kant totaal niets brengt wat we nog niet eerder gezien hadden maar aan de andere kant absoluut niet vervelend is om naar te kijken en een prettig nostalgische sfeer van onschuld heeft.

Time Off ***

Regie: Eytan Fox (1990)


Deze eerste film van de Israëlische regisseur Eytan Fox is in veel opzichten de voorloper van zijn uitstekende doorbraakfilm ‘Yossi and Jagger’. Het is duidelijk een eerste film en alles oogt een beetje amateuristisch, maar de goede bedoelingen maken veel goed. Grootste pluspunt was de ontzettend leuke hoofdrolspeler die zeer liefdevol door Fox in beeld gebracht wordt, dat is geen straf om naar te kijken. Geen briljante film, wel leuk voor mensen die ‘Yossi and Jagger’ een warm hart toedragen.

Labels:

zaterdag, maart 10, 2007

Anders als du und ich ***1/2

Regie: Veit Harlan (1957)


In 1957 was in Duitsland Paragraaf 175, die homoseksualiteit weer een wettelijk verboden verschijnsel maakte, weer ingesteld en de Duitse Arca maatschappij produceerde toen deze ronduit bizarre film die je als een soort exploitationfilm zou kunnen zien. De film vertelt het verhaal van een moeder die haar zoon wil redden en genezen van diens latente homoseksualiteit maar daardoor veroordeeld wordt op gronde van procuratie. Je zou deze film als exploitation kunnen zien omdat het een taboeonderwerp, homoseksualiteit, neemt en daar een smeuïg verhaal omheen bouwt in de hoop financieel binnen te lopen. Maar er is veel meer aan de hand in deze film.

Allereerst is de film namelijk geregisseerd door niemand minder dan Veit Harlan, jazeker dezelfde Veit Harlan die voor de Nazi’s de beruchte antisemitische film ‘Jud Süß’ maakte, waarvoor hij na de oorlog nog aangeklaagd is. Nu is dit niet direct een anti-homo propaganda film, maar echt lekker komen de homo’s er in deze film ook niet van af, want homoseksualiteit wordt steeds gepresenteerd als een ziekte die genezen moet worden en iedere homo in de film is ronduit zielig, verdorven of crimineel. Hoogtepunt hierin is zonder meer de archetypische vieze oude man Dr. Wrinkler (gespeeld door een real life homo blijkbaar) die zijn huis middels leuke praatjes weet vol te krijgen met leuke knaapjes en ze dan aan Grieks-Romeins worstelen laat doen, werkelijk schrijnend hilarisch gefilmd in een scène met bizarre elektronische muziek (welke zeer sterk doet denken aan de soundtrack van ‘Forbidden Planet’ en welke van de hand Oskar Sala was, die later ook de muziek voor Hitchcock’s ‘The Birds’ zou verzorgen) en vreemde gekantelde camerastandpunten: je moet lachen en huilen tegelijk. Deze emotie weet de film constant op te roepen eigenlijk, want naast het feit dat nergens in de film nu echt duidelijk is of er een pro- of anti homostandpunt wordt ingenomen, (ik gok op het laatste) is overal duidelijk dat de makers niet bijzonder goed op de hoogte waren van homoseksualiteit en het fenomeen uit de tweede hand via wetenschappelijke krantenknipsels of zo hebben bestudeerd. Nu weet ik niet goed hoe een homobar er in 1957 uit zag, maar de wijze waarop het hier gepresenteerd wordt is erg bijzonder op zijn zachtst gezegd, terwijl de scène misschien onbedoeld hilarisch wordt door de homofobe vader tussen alle homo’s te plaatsen, waardoor hij uiteindelijk in blinde paniek en walging weg beent. Een scène als deze is typisch voor de hele film: het is aan de ene kant waarheidsgetrouw want zulke mensen bestaan, maar het wordt ook weer lachwekkend door de wijze waarop het gepresenteerd is en deze constante spanning maakt deze film de curiositeit die het is.

Wat ook de insteek van de makers was, het moet gezegd dat de film ontzettend open met het onderwerp om gaat, ik ken geen andere film uit deze tijd die dat op die manier doet en dat is op zich prijzenswaardig. Het is echter hoogst opmerkelijk om te zien hoe schizofreen deze film is, want op het ene moment slaat het de spijker volledig op zijn kop, maar een moment later blijkt dat de makers geen flauw idee hebben wat homoseksualiteit nu precies is. De scènes waarin de ouders wanhopig zich afvragen wat ze toch kunnen doen om hun zoon van zijn ziekte af te helpen zijn behoorlijk realistisch en lijken rechtstreeks uit het leven gegrepen. Maar de makers hadden duidelijk totaal geen idee wat het is om als jonge homo door het leven te gaan, wat het is om in onzekerheid te leven, om jezelf afgescheiden te voelen van de rest, wat het is om met je eigen identiteit te worstelen en je plaats in de maatschappij te vinden. Op zich is de film ronduit beledigend, ware het niet dat de film zo duidelijk geen idee heeft vaak waar het over praat zodat het juist weer lachwekkend wordt. Het moment dat onze toch duidelijk homoseksuele protagonist ‘bekeerd’ wordt door quasi-gepassioneerd een meisje te zoenen wordt begeleid door een overdadige overwinningsmuziek waardoor je haast zou gaan jubelen voor deze heteroseksuele genezing/overwinning. Het klinkt nu wellicht alsof het allemaal duidelijk homofobisch is en de film is sowieso veel meer gericht op de kant van de ouders dan op de jongen zelf, maar toch zit er een aantal momenten in de film die juist weer het gevoel geven dat de film oprecht probeert homoseksualiteit te begrijpen en het oprecht te portretteren –al was het enkel dankzij de openlijkheid waarmee de film het onderwerp aangaat– maar daar gewoon niet zo goed in slaagt. Dat de bedoelingen dus misschien (deels?) goed waren maar enkel de uitwerking wat te wensen over laat.

In het laatste gedeelte schakelt de film ineens over in film noir/detective/rechtbankdrama modus, blijkbaar een knieval richting de censors die de film opruiend vonden en vonden dat het zou aanzetten tot verderfelijke homoseksualiteit. Hoe ze dat konden denken is mij een raadsel, maar dankzij deze interventie van de censors krijgt deze reeds verknipte en hoogst tegenstrijdige film nog eens extra schizofrene dimensie en het einde zou in de gemiddelde soap niet misstaan hebben. Ik zou deze film feitelijk niet eens kunnen beoordelen want het is een van de meest merkwaardige en opmerkelijke films die ik in heel mijn leven gezien heb, een film waarvan de intentie nooit duidelijk wordt en waarvan vaak de makers zelf niet eens leken te weten of ze nu voor of tegen waren. Als historische curiositeit scoort deze film in ieder geval de allerhoogste punten.

Een homofobische exploitationfilm gemaakt door een Nazi-sympathisant of iets anders? Wie het weet mag het zeggen…

Labels:

dinsdag, februari 20, 2007

Anders als die Andern ****

Regie: Richard Oswald (1919)


Deze film staat te boek als een van de eerste (of de eerste) films ooit die openlijk homoseksualiteit als onderwerp had. De film was onderdeel van een serie films gericht op seksuele verlichting, films met een duidelijk serieus doel dus maar wel verpakt als fictiefilm. Uiteraard werd de film direct verbannen ten tijde van zijn release omdat homoseksualiteit destijds simpelweg verboden was in Duitsland in de naam van Paragraph 175 (de documentaire met de gelijknamige titel over de behandeling van homoseksuelen in concentratiekampen is overigens ook verplichte kost). Later werd de film verbrand door de nazi’s waardoor de film jarenlang als verloren werd beschouwd, maar nu is de film uit de dood herrezen als het ware dankzij een combinatie van overlevende filmfragmenten, foto’s en tussentitels. ‘Anders als die Andern’ mag dan filmtechnisch gezien weinig bijzonders zijn voor een silent uit deze tijd, op alle andere fronten is het een indrukwekkende film. Het is natuurlijk een wat merkwaardige filmervaring aangezien grote delen van de film verloren zijn, maar toch werd ik zeer gegrepen door het verhaal, vermoedelijk ook omdat ik me zeer kon herkennen in de problematiek en ik me nauwelijks kan voorstellen hoe zo’n leven verstoten door de maatschappij geweest moet zijn. Maar naast een baanbrekende en dappere film is dit ook een sociologisch en seksuologisch document, een kijkje in een wereld die anders voor de meeste mensen gesloten zou zijn gebleven, zowel toen als nu. Ik ben in ieder geval erg blij dat ik dit historische document aan mijn DVD collectie heb kunnen toevoegen. En niemand minder dan Conrad Veidt, die we natuurlijk allemaal kennen uit ‘Casablanca’ speelt de hoofdrol!

Labels: ,

woensdag, februari 14, 2007

The Angelic Conversation ***1/2

Regie: Derek Jarman (1985)

Deze experimentele film van Derek Jarman zal hem geen nieuwe fans opleveren, maar de liefhebber zal er zich ook absoluut geen buil aan vallen. Uiteraard is een verhaal afwezig en wordt de film gedomineerd gesproken poëzie en een poëtische beeldenstroom, hoofdzakelijk gefilmd in Super 8 en opgeblazen naar 35 mm zodat de film een bijzonder uiterlijk krijgt. Als een soort van filmisch equivalent van Tom of Finland brengt Jarman, uiteraard de grootvader van de moderne gaycinema, een ode aan de schoonheid van het mannelijk lichaam op de wijze zoals alleen hij dat kon. De combinatie avant-garde en homoseksualiteit dwingt deze film vanzelfsprekend in een hoekje voor een specifiek publiek, maar het is hopen dat de DVD uitgave van het BFI een film als deze naar een wat breder publiek brengt want dat heeft Jarman inmiddels wel verdiend. Het is niet zijn beste film, maar zonder meer een sterke.

Labels: , ,

woensdag, januari 31, 2007

Wittgenstein ***1/2

Regie: Derek Jarman (1993)


Dit zou de laatste film worden van Derek Jarman, de Britse grootvader van de gaycinema en bovendien de maker van ’s werelds eerste punkfilm met ‘Jubilee’, voordat hij zou sterven aan de gevolgen van AIDS. Het was letterlijk een gevecht om de film gemaakt te krijgen, een gevecht tegen tijd en geld, want beiden waren er niet. Slechts twee weken kreeg Jarman de tijd om te filmen en bovendien ging zijn zicht met de dag achteruit en werd hij langzaam blind. Geld was er evenmin, enkel een lege soundstage, een paar rekwisieten, een handjevol acteurs, wat kostuums en een beetje schmink, waarmee hij dus bedoeld of onbedoeld meer dan 10 jaar eerder was dan Lars von Trier en zijn ‘Dogville’ experiment. Toch wist Jarman met deze minimale middelen iets bijzonders te creëren, hoewel het zijn minimalisme meesterwerk ‘Blue’ uit 1993 (90 minuten lang een blauw scherm met daaronder muziek en gesproken poëzie) niet kan evenaren. Een blind wordende en aan AIDS stervende man die welhaast zonder middelen een film maakt over een zwaar filosoof, je zou verwachten dat het zou uitdraaien op een zwaarmoedig en zwartgallig geheel. Niets blijkt minder waar, want deze film is luchtig, speels, humoristisch, fris. Er is zelfs iets wat voor een verhaal kan doorgaan! Dit werk zal vermoedelijk geen tegenstanders kunnen converteren en het komt ook niet in de buurt van mijn favoriet ‘The Garden’, maar ‘Wittgenstein’ is wel een prachtige laatste creatieve vonk van een van de meest persoonlijke experimentele kunstenaars van de laatste 30 jaar. Het is bovendien een van Jarman’s meest toegankelijke films en daarom een uitstekende film om mee te beginnen voor mensen die toegang willen krijgen tot zijn unieke maar vaak weerbarstige oeuvre.

Labels: , ,

dinsdag, januari 30, 2007

IFFR 2007: Mala Noche ****

Regie: Gus van Sant (1985)

Deze veelbesproken maar zelden geziene debuutfilm van Gus van Sant stond al zeer lang hoog op mijn verlanglijstje, maar een gebrek aan de film op DVD maakte mijn zoektocht er niet makkelijker op. Maar dan is er altijd nog het IFFR en godzijdank werden mijn verwachtingen volledig ingelost. Poëtisch film maken, jongeren aan de rand van de maatschappij en homoseksualiteit, het zijn zo’n beetje de drie hoofdthema’s van het werk van Gus van Sant en alles is hier al in volle bloei aanwezig. De film is geschoten in groezelig zwart-wit met extreme onderbelichting, vaak desoriënterende close-ups en een lak aan establishing shots (denk ‘Shadows’ van John Cassavetes vermengt met ‘Pi’ van Aronofsky en je komt een heel eind), wat het geheel de juist persoonlijke, melancholieke sfeer geeft. Het thema van macht/controle over een persoon uitoefenen en emotionele exploitatie is rechtstreeks van een Fassbinder film overgenomen, wat zeer goed een grote invloed zou kunnen zijn op van Sant. Tevens zien we hier al even de elementen van wolkendekken in time-lapse fotografie en de Amerikaanse highway die in ‘My Own Private Idaho’ (in mijn ogen zijn magnum opus) later zo mooi gebruikt zouden worden, waarmee de auteurskenmerken van van Sant direct zichtbaar worden. Een ijzersterke debuutfilm die het verdient om nu eens wijd en zijd verspreid te worden. Nu nog de debuutfilm van die andere mijlpaal uit de New Queer Cinema zien, ‘Superstar: The Karen Carpenter Story’ van Todd Haynes zien en ik ben weer gelukkig.

Labels: , ,

dinsdag, januari 23, 2007

The Films of Kenneth Anger, volume I *****

Regie en conceptie: Kenneth Anger (1947-1954)

Kenneth Anger is al sinds jaar en dag een van de personen die mijn kijk op film ingrijpend veranderd heeft. Ik was dan ook zeer blij dat ik tijdens het British Film Festival in Londen enkele maanden geleden een paar van zijn films op het grote doek mocht aanschouwen in de Kenneth Anger 35mm Preservations. Nu zijn er dan eindelijk vijf films van zijn hand voor het eerst op DVD verschenen. Het valt mij iedere keer weer op dat de teksten achter op die DVD’s van Fantoma inhoudelijk altijd zo ontzettend goed en precies zijn, ook nu weer:

“Cinematic magician, legendary provocateur, author of the infamous HOLLYWOOD BABYLON books and creator of some of the most striking and beautiful works in the history of film, Kenneth Anger is a singular figure in post-war American culture.A major influence on everything from the films of Martin Scorsese, Rainer Werner Fassbinder and David Lynch to the pop art of Andy Warhol to MTV, Anger's work serves as a talisman of universal symbols and personal obsessions, combining myth, artifice and ritual to render cinema with the power of spell or incantation.”

Het enige wat ik erbij zou willen vermelden is de homoseksuele geaardheid van Anger. Want niet alleen is bijvoorbeeld ‘Fireworks’ een van de mijlpalen uit de geschiedenis van de gayfilm, zijn fascinatie met uiterlijk vertoon en overdadige versieringen zou later omschreven worden als gay camp. Homoseksualiteit is in mijn ogen een essentieel, onlosmakelijk verbonden onderdeel van Anger’s werk.

Fireworks (1947, 15 minuten). Omdat de screening in de bioscoop een van de meest indringende ervaringen van de laatste tijd was, wilde ik die herinnering voorlopig nog even intact laten en daarom heb ik deze film nog niet op de DVD bekeken.

Puce Moment (1949, 6 minuten). Ik was deze film al praktisch vergeten en wederom had ik aanvankelijk moeite om te bevatten wat Anger hier nu mee wilde, maar toen de film tegen het einde de binnenlocaties verruilde voor buitenlocaties, zag ik het idee achter de film. Het is namelijk overduidelijk Hollywood waar dit gefilmd is en dit is dus een ode van Anger aan Hollywood, de plaats waar hij opgroeide en het was zijn fascinatie met de klassieke glitter en glamour Hollywood actrices van weleer die hem deze film deden maken. Of zoals Anger het zelf zei: ‘ik was geesten aan het filmen’. Het was de bedoeling dat hier een volledige speelfilm van gemaakt zou worden, maar verder dan deze 6 minuten is Anger helaas nooit gekomen. Duidelijk een experiment, maar intrigerend desalniettemin.

Rabbit’s Moon (1950, 16 minuten). Gelukkig was deze transfer gemaakt van dezelfde print die ik ook in Londen zag (net als ‘Fireworks’ overigens), dus dat betekent niet de spiegeling zoals die jaren gebruikt is en hier de oorspronkelijke soundtrack van doo-wop in plaats van de rockmuziek waar ik de film voor het eerst mee zag. Stan Brakhage noemde dit Anger’s beste film. Zover zou ik niet willen gaan, maar het is inderdaad een van zijn meest strakke en heldere films, wat deels ligt aan het feit dat Anger een professionele studio tot zijn beschikking had voor deze film.

Eaux D’Artifice (1953, 13 minuten). Het 13 minuten durende ‘Eaux D’Artifice’ is zoals de titel feitelijk al aangeeft een subliem soort hoogedele gay camp: Anger filmde een dwerg in hoogst versierde vrouwenkleren die door een park met grote fonteinen in Italië liep, begeleid door barokke klassieke muziek van Vivaldi. Het resultaat is een merkwaardig huwelijk tussen de artificiële decors en belichting van Josef von Sternberg en het fameuze waterballet van Ralph Steiner, ‘H2O’ (1929), gepresenteerd als een blauwgetinte stomme film. Het is ook simpelweg een van Anger’s allermooiste films, want deze film gaat puur over schoonheid. Natuurlijk kun je zeggen dat een dwerg die dertien minuten door een park rent nergens op slaat. Dat is ook zo. Maar de wijze waarop Anger het brengt, zonder enige terughoudendheid en de manier waarop hij de waterstralen volledig abstraheert tot fonkelende sterren tegen een zwarte achtergrond, is pure visuele poëzie. Toen ik deze film voor het eerst zag vond ik het wel aardig, nu rolden de tranen over mijn wangen. Het is ook, zoals feitelijk alle films van Anger, een film die je keer op keer kunt zien omdat het nooit zal gaan vervelen: het is even een prachtig stukje kunstmatig escapisme zoals alleen Anger dat kon brengen.

Inauguration of the Pleasure Dome (1954, 38 min.). Dit is de eerste film waarin Anger duidelijk onder de invloed stond van de beruchte occultist Aleister Crowley en deze film zit rampensvol met symboliek en mystiek. Het geheel wordt begeleid door stukken uit een opera van Leos Janacek en de overdadige kostuums, de rituele acteerprestaties en decors geven ‘Inauguration’ ook de sfeer van een gefilmde duivelsopera mee. De film deed me ook denken aan de films van de Kuchar Brothers zoals 'Sins of the Fleshapoids', maar waar de Kuchars hun camp altijd gebruiken voor humoristische doeleinden, daar speelt Anger het veel serieuzer, hoewel je het volgens mij ook weer niet té serieus moet nemen. Het begint allemaal nog redelijk overzichtelijk, maar gaandeweg de film wordt het allemaal steeds drukker en worden steeds meer lagen film over elkaar heen gelegd zodat het ontaardt uiteindelijk in een groot caleidoscopisch bacchanaal.

Dit is simpelweg een van de belangrijkste DVD releases van het jaar, punt uit. Het zal helaas wel weer slechts bij enkele half gestoorde mensen in de kast belanden, maar in een perfecte wereld zou iedereen dit schijfje aanschaffen. Want dit is volledig unieke cinema, een testament dat de meeste films het totale potentieel van het medium slechts een fractie benutten.

Screenshots zijn te vinden op: http://www.dvd.nl/forum/viewtopic.php?p=1627240#1627240

Labels: , ,

dinsdag, december 12, 2006

The Raspberry Reich ***1/2

Regie: Bruce LaBruce (2004)

The Raspberry Reich is zonder meer de meest succesvolle en best uitgewerkte variant van de homocore (een unieke mengeling van punkattitude en gayporno) die beroepsprovocateur Bruce LaBruce op de kijkers afgevuurd heeft. Met zijn typische overtrokken en schreeuwerige Marxistische en anti-imperialistische retoriek neemt LaBruce ditmaal de terroristische groepering Baader Meinhoff op de hak waarin een revolutionaire griet haar mannelijke volgelingen aanzet tot het kidnappen van een bankierszoon en het hebben van seks met elkander, want 'heterosexuality is the opiate of the masses'. Net als in zijn voorgaande film, maakte LaBruce ook van deze film twee versies, een softcore en een hardcore variant, hoewel deze softcore variant al behoorlijk hard is. De cast wordt bevolkt door Duitse pornoacteurs die niet eens een poging doen om conventioneel te acteren, want opzettelijk dilettantisme is altijd al een stokpaardje geweest van LaBruce, waardoor het geheel automatisch een gevoel van pornoamateurisme krijgt; uiteraard versterkt door de vele pornografische scènes van de film; kunstzinnige pornofilm is immers de way of life van LaBruce. Het was de tweede keer dat ik deze film zag, maar het kijken samen met het vriendje geeft het allemaal een extra dimensie. The Raspberry Reich is het tekstboekvoorbeeld van een film die niet voor iedereen weggelegd is, maar een ieder die openstaat voor Godardiaanse en parodiërende gayporno moet dit gezien hebben.

Labels: ,

zaterdag, november 25, 2006

Looking for Langston ****1/2

Regie: Isaac Julien (1988)

Het was de tweede keer dat ik deze 45 minuten durende film zag en ik vond hem nog indrukwekkender dan de eerste keer. Een zeer poëtische weerspiegeling van het leven van de zwarte homoseksueel Langston Hughes, hoewel je uiteindelijk weinig te weten komt over deze figuur. Middels flarden van gedichten en verbeeldingen van fantasiëen creëert de film in plaats daarvan een indrukwekkende ode aan homoseksuele verlangens. Ondanks dat er geen expliciete seks getoond wordt, barst de film werkelijk van de homo-erotische pathos en de onderliggende spanningen en erotische gevoelens geven het geheel een uiterst beklemmende en soms bijna verstikkende sfeer. De prachtige schaduwrijke zwart-wit fotografie maakt deze zeer stijlvolle film compleet.

Labels:

zondag, november 19, 2006

Dante’s Cove First Season ***1/2

Ik ben normaal gesproken niet zo’n fan van soaptoestanden als ‘Melrose Place’ of dat soort series, maar als ze zo campy, trashy en zwaar over de top zijn als ‘Dante’s Cove’ dan wordt het een heel ander verhaal! Deze TV serie (het eerste ‘seizoen’ duurt helaas slechts drie uur) wordt bevolkt door de meest lekkere wijven en de meest lekkere kerels, uiteraard compleet met perfecte lichamen, strakke kaaklijnen en Prodentglimlachen. De muziek is alomtegenwoordig, maar uiteraard wel van het type romantische zwijmelmuziek, schreeuwerige popmuziek of nietszeggende pornofilm. Er is meer dan voldoende erotiek (om een understatement te gebruiken, nou ja, feitelijk is er gewoon een verslavende overdosis naakt), zowel van het heterosoort als de homovariant (hoewel voornamelijk dat laatste en zowel tussen mannen als tussen vrouwen) en het is een waar esthetisch genot om al die goeduitziende mensen zwetende seks te zien hebben. Alles wordt in het teken gesteld om een zo over de top mogelijk geheel te serveren: acteerwerk, dialogen (‘I love tomatoes, I love your tomatoes’), debiele plottwists, muziek en clichés worden allemaal in de strijd gegooid om zo onserieus mogelijk te zijn en het slaagt op glorieuze wijze. Het geheel schakelt volledig schizofreen heen en weer tussen de gebruikelijke (en in dit geval ook nog eens zeer zwaar aangedikte) soaptaferelen en bovennatuurlijke momenten, type Twin Peaks, maar dan nog oprecht overtrokkener. Het ene moment lijkt het allemaal nog het meest op een erotische variant van een Bounty-reclame en een seconde later vind je jezelf midden in ‘Buffy the Vampire Slayer’ of ‘Charmed’. Dit is zonder meer het geval in de eerste helft van de drie uur, welke beduidend sterker is dan de tweede helft, waarin de tongue-in-cheek toon van het geheel goeddeels verloren gaat en overgeschakeld wordt in een veel meer straightforward horrormode.
Ik wil niet eens een poging doen om een objectief oordeel te vellen over de kwaliteiten van deze serie, want dit is een onvervalste guilty pleasure. Er zijn volgens mij mensen die hier volledig serieus naar kunnen kijken, maar ik lag bij praktisch ieder gebaar, iedere blik, iedere dialoog en iedere verwikkeling volledig in een deuk. Dit is stompzinnig soapentertainment zoals het bedoeld is! Ik wil meer ‘Dante’s Cove’, want op een snoepje als ‘Kevin’ kan ik urenlang sabbelen...

Labels:

dinsdag, november 14, 2006

Hellbent ***1/2

Regie: Paul Etheredge-Ouzts, 2004)

‘s Werelds eerste gay slasherfilm, dat moet ik natuurlijk zien. Aangezien de film hier al na zo’n week of drie weer uit de bioscopen verdwenen was, moest ik hem dan maar op DVD zien. De film speelt op heerlijke wijze met alle clichés uit de homowereld én de slasherfilm. Uiteraard zijn er de nodige lekkere kerels gecast en zijn de vier hoofdrolspelers zoals het hoort binnen het genre allemaal verschillende types. En hoewel uiteraard wat aangedikt en overtrokken, vond ik de portrettering van (bepaal)de gay uitgaanscene met het cruisen, drank en drugs toch erg realistisch en herkenbaar gedaan. Er zit zeker in de eerste helft van de film erg veel humor, hoewel veel van deze humor voor het gemiddelde publiek verloren zou gaan, want deze film is toch duidelijk voor een bepaald publiek gemaakt. Ik las ooit eens wat recensies die serieus begonnen te zeuren over het belachelijk maken van homo’s waardoor acceptatie niet bevorderd zou worden etc. maar die hebben er duidelijk niets van begrepen. ‘Hellbent’ is zo duidelijk tongue in cheek dat je het gewoon niet serieus kunt nemen. Verder is het zeer interessant om allerlei concepten die Carol Glover in haar boek ‘Men, Women, and Chain Saws: Gender in the Modern Horror Film’, waarin ze de rolverdeling van mannen en vrouwen in de slasherfilm onder de loep neemt en min of meer tot de conclusie komt dat vrouwen vrijwel altijd de belangrijkste rol spelen en mannen slechts bijzaak zijn, op deze film los te laten, want zou interessante dingen kunnen opleveren. Erg hilarisch vond ik het in ieder geval het moment dat een vrouw (o.k. goed, een man verkleed als vrouw) zelf achter de moordenaar aanging in plaats van zelf achtervolgd te worden, het is weer eens wat anders. [spoiler] Jammer vond ik dat er niets over de motieven en identiteit van de killer bekend werd, want dat zou ook nog mooie veranderingen binnen de traditionele slasherfilms teweeg hebben kunnen brengen [/spoiler]. Is ‘Hellbent’ een revisionistisch meesterwerk als bijvoorbeeld ‘Scream’? Nee, natuurlijk niet. Maar ontzettend vermakelijk om naar te kijken én een frisse wind door het genre is het zonder meer. Zolang je het niet al te serieus neemt.

Labels:

zondag, oktober 29, 2006

Kenneth Anger 35mm preservations

Vandaag heb ik een screening meegepakt van het Filmfestival in Londen, alwaar ik de Kenneth Anger 35 mm preservations heb bijgewoond. Ik heb er nimmer een geheim van gemaakt de films van Kenneth Anger ontzettend hoog in het vaandel te hebben zitten, simpelweg omdat zijn films mijn ogen geopend hebben op een compleet andersoortige vorm van cinema dan ik tot dan toe gewend was. Anger heeft dus mijn visie op film ingrijpend veranderd. Daarnaast kwam ook nog het feit dat ik zijn homo-erotische films zag op het moment dat ik het voor mezelf begon te accepteren dat het OK was om gevoelens voor jongens te koesteren, dus in dat opzicht hebben ze nog een extra persoonlijke dimensie. Deze films op groot scherm geprojecteerd zien was dus al zeer lange tijd een van mijn grootste dromen (temeer omdat zijn films nog niet op DVD verschenen zijn) en toen bleek dat Anger zelf ook bij de screening aanwezig zou zijn, was het feest compleet. Er stonden vier films op het programma:

Fireworks (1947)

Anger's eerste film uit 1947, een mijlpaal in de filmgeschiedenis. Ik moet echter meteen bekennen dat ik het altijd een van zijn films geweest was die mij het minst kon boeien. Hoe anders was dat nu! De vaak bijna abstracte kwaliteiten van de composities, de indringende muziek, de surrealistische lyriek, de openlijk homo-erotische elementen en boven alles die intensiteit van de film... ik zag de film gisteren ineens compleet opnieuw, zo leek het. Slechts 15 minuten duurt de film nog steeds, maar zelden heb ik zo'n intense 15 minuten meegemaakt als in het National Film Theatre in Londen. Er moet uiteraard nog bij gemeld worden dat er helemaal geen enkele context was voor dit soort films toen Anger deze maakte: homoseksualiteit stond simpelweg nog op de lijst van psychologische stoornissen en de Amerikaanse avant-garde film was er gewoon nog niet toen Anger deze werkelijk sublieme film op 17-jarige (!) leeftijd maakte.




Rabbit’s Moon (1950)

Deze bizarre film zag ik nog nooit eerder met zijn oorspronkelijke soundtrack van doo-wop songs en dit was dus de eerste maal en ik moet zeggen dat het de sfeer van de film ingrijpend veranderde. Het is nog steeds een uiterst merkwaardig geheel uiteraard van een harlekijn die een soort van relatie met de maan lijkt te hebben. De mooie blauwe kleurenfilters geven het een direct herkenbare look en ik denk dat ik de doo-wop beter vond passen bij de sprookjessfeer van de film dan de rocksoundtrack, hoewel die ook zeker wat had. Onbegrijpelijk fascinerende film.

Scorpio Rising (1963)

Anger’s meest beroemde film en zonder twijfel een van de meest invloedrijke avant-garde films aller tijden: het is vaak genoemd als de eerste postmodernistische film of de eerste videoclip en Anger’s gebruik van bestaande popmuziek als soundtrack is zo invloedrijk geweest dat tegenwoordig vrijwel iedereen het doet, maar Anger deed het als eerste. Martin Scorsese bijvoorbeeld heeft er nooit een geheim van gemaakt dat 'Scorpio Rising' een van zijn grootste invloeden geweest is en dat is goed te merken in zijn films. Anger roept in ‘Scorpio Rising’ een schemerige wereld op van Marlon Brando-achtige leernichten, waarbij de hoofdpersoon Scorpio afwisselend vergeleken wordt met Jezus Christus, Hitler en de Duivel. ‘A Death Mirror to American Society’ noemde Anger het geloof ik zelf. Nooit eerder werd jeugdcultuur op een dergelijke ironische en tegelijkertijd liefhebbende wijze geportretteerd en het is deze inherente tegenstrijdigheid die veel van Anger’s werk kenmerkt. 'Scorpio Rising' heeft nog niets van zijn glans verloren en is een onbetwist meesterwerk.


Kustom Kar Kommandos (1965)

Het zien van deze film deed mij de eerste keer letterlijk van mijn stoel afvallen en sindsdien heb ik deze drie minuten durende film enigszins provocerend in mijn top 20 aller tijden staan, maar er zijn simpelweg weinig films die mij zo hebben weten te raken. In een prachtig kleurenschema en met een subliem glijdende camera laat Anger een goed uitziende knul zijn auto liefkozen met een gigantische roze plumeau. Hoewel er nergens expliciet (homo)seksuele handelingen voorkomen, is de erotische ondertoon van de film gigantisch en de film is in mijn ogen dan ook een bijtende kritiek op de machocultuur: mannen die bij de minste beschuldiging van ook maar een beetje vrouwelijke kenmerken helemaal uit hun vel springen, maar tegelijkertijd wel uren besteden aan het poetsen en onderhouden van hun auto (in plaats van deze passie aan hun vriendin te wijden) en niet beseffen dat dergelijke acties ook behoorlijk vrouwelijk zijn. Anger vervangt de vriendin (of vriend?) door een auto en weet een stuk chromen staal te seksualiseren middels sublieme suggestie. Daarnaast is er ook nog het perfect ironische gebruik van muziek, in dit geval de song ‘Dream Lover’ van de Paris Sisters. Het origineel is van crooner Bobby Darin waarin Darin zingt ‘I want a girl to call my own’. De drie Paris Sisters vervingen voor hun cover het woordje girl uiteraard door boy en omdat Anger deze versie gebruikt krijgt de reeds door Anger problematiseerde verhouding man-vrouw nog een extra dimensie en krijgt de machofiguur nog meer vrouwelijke/homoseksuele kenmerken. ‘Kustom Kar Kommandos’ is een werkelijk perfect uitgevoerde, drie minuten durende postmoderne poppastiche en het zien van een van mijn favoriete films aller tijden op het grote scherm was een onbeschrijflijke ervaring.



Mouse Heaven (2004)

Naast de reeds aangekondigde klassieke Anger films, had Anger ook deze nieuwe film meegenomen, een zeer weinig geziene film. Het is een merkwaardige ode aan/parodie op Mickey Mouse en Anger verkondigde later in de Q&A dat hij de ontwikkeling van Mickey van een ondeugende muis tot een ondeugend ventje in een muizenpak zeer jammer vond, wat de reden was voor deze film. Het was een zeer vrolijk geheel, maar toch meende ik steeds een cynische ondertoon de kunnen ontdekken, want ik had sterk het gevoel dat Anger Mickey Mouse als een soort symbool van kapitalistisch Amerika genomen had en dat op deze manier wilde ridiculiseren.

Zoals gezegd was de oude Kenneth Anger zelf ook aanwezig bij de vertoning en hij nam de staande ovatie die hem ten deel viel met zeer veel genoegen in ontvangst, want Anger is nooit een bescheiden of ingetogen figuur geweest; dit was duidelijk dezelfde showhomo die alle sappige Hollywood roddels beschreef in zijn boek Hollywood Babylon en hij had voor de gelegenheid een foeilelijke trui aangetrokken waarom met grote letters zijn naam stond geborduurd. Hij was opvallend goed bij geest en vertelde enkele geestige anekdotes (zoals Marianne Faithfull die haar gezicht met heroïne bepoederde in de film ‘Lucifer Rising’), gaf enkele interessante kijkjes in zijn artistieke werkproces en vermaakte de zaal ook met oeverloos uitwijdend gezever over niets: hij was bewust tegelijkertijd cynisch als volstrekt onzinnig, waarmee wederom die immer aanwezige ambigue aard van de man en zijn films bevestigd werd. Kenneth Anger, mijn held!


Al met al kan ik zonder overdrijven zeggen dat dit een hoogst bijzondere filmvertoning was die ik niet snel zal vergeten.

Labels: , ,

woensdag, oktober 25, 2006

Douches froides ***

Regie: Antony Cordier (2005)

Dit Franse drama is op zich best aardig, maar nergens wereldschokkend. Het draait allemaal om een jonge judoka die een belangrijke wedstrijd voor de boeg heeft en en passant ook nog eens problemen krijgt als er een derde knul in de relatie met zijn vriendin verschijnt. Op zich allemaal uitgekauwd territorium, maar de film is vrij van prekerigheid, prettig realistisch en uiteindelijk best vermakelijk.

Labels:

dinsdag, oktober 03, 2006

Luster **1/2

Regie: Everett Lewis (2002)

Deze gehele film schreeuwt simpelweg ‘Gregg Araki’ en daar vind ik niets mis mee. Waar ik wel wat mis mee vind is dat deze film het gewoon niet haalt bij de gemiddelde Araki. Liefhebbers van gaycinema zullen zich hier vermoedelijk nog wel mee vermaken (al is het enkel vanwege de snoezige hoofdrolspeler), de rest kan het rustig links laten liggen.

Labels:

maandag, oktober 02, 2006

La Chatte à deux têtes ***1/2

Regie: Jacques Nolot (2002)

Acteur/regisseur Jacques Nolot kwam in 2002 op de proppen met deze merkwaardige film. De gehele film speelt zich af tijdens een nacht in een louche pornobioscoop. We zien de vaste gasten wat kijken, zuigen, sjorren (de seks in de film is behoorlijk expliciet, zonder dat het porno wordt overigens) en met de kassadame praten. En dat is gewoon het totale plot, waarmee de film dus zo ongeveer het erotische broertje is van Tsai Ming-Liang’s ‘Goodbye, Dragon Inn’. Het is altijd moeilijk om dit soort plotloze films te beoordelen. Ik heb dan ook eigenlijk geen idee wat Nolot wilde bereiken of zeggen met deze film, maar tegelijkertijd heb ik me geen seconde verveeld: ondanks het totale gebrek aan plot en het feit dat er maar een locatie is, is de film toch erg vermakelijk om te kijken en is de anderhalf uur om voordat je het weet. Hmmm…

Labels:

maandag, september 18, 2006

C.R.A.Z.Y. ****1/2

Regie: Jean-Marc Vallée (2005)

Deze Canadese film is dan weer een meer dan puik coming-of-age drama waarin een jongen in een gezin van vijf zonen worstelt met zijn seksuele geaardheid en alle problemen die daarmee komen kijken. Een dergelijk verhaal is natuurlijk al vele malen eerder verteld en het is dan ook niets nieuws onder de zon, maar buiten dat doet deze film vrijwel alles goed: de hoofdkarakters zijn allemaal goed uitgewerkt en vertolkt (waarbij ik vooral de vader figuur er bovenuit vond steken), de situaties herkenbaar en menselijk en de sfeer is lekker nostalgisch met bijpassende soundtrack. De film kent enkele dramatisch aangezette momenten die echter nergens over de kop gaan, omdat ze sowieso redelijk spaarzaam zijn, maar tegelijkertijd ook vrijwel altijd wel met een knipoog gebracht worden. Gewoon gaan zien dit.

Labels:

woensdag, augustus 30, 2006

Lilies ****

Regie: John Greyson (1996)

Deze Canadese gayfilm wist mij zeer te verrassen en bekoren. Het draait allemaal om een priester die in een gevangenis een biecht gaat afnemen, gevangen genomen wordt en gedwongen wordt om een toneelstuk te aanschouwen waarin gebeurtenissen uit zijn verleden worden geënsceneerd. De film laat prettig heden/verleden en werkelijkheid/toneelstuk dwars door elkaar heen lopen en ook de vrouwenrollen zijn in heus Elizabethaanse theatertraditie door mannen gespeeld wat de gender rollen nog eens leuk door elkaar hutselt. De theatrale acteerprestaties en mis-en-scène doen meermalen sterk aan Peter Greenaway denken en het scenario is als een Griekse tragedie opgebouwd en uitgevoerd, wat een sterke film oplevert.

Labels: