zaterdag, juli 14, 2012

Elena et les hommes (Jean Renoir, 1956) ****1/2


Waar ik laatst in relatie tot ‘Altered States’ al sprak over het feit dat ontzettend veel DVD’s overbelicht waren ten opzichte van de blu-rays, daar is er welhaast geen beter voorbeeld van dan het verschil tussen de nogal lelijke Criterion DVD en de nieuwe blu-ray van ‘Elena and her Men’. Het is alsof men een grote lamp heeft uitgedraaid en voila – er is sfeer! En waar ik altijd geworsteld heb met de film, viel nu ineens ook alles op zijn plaats, mede dankzij de oogverblindende blu-ray presentatie. De eerste twee keer dat ik de film zag vond ik een aantal aspecten interessant, maar was het vooral een frustrerende ervaring omdat ik mijn vinger maar niet achter de film leek te krijgen. In mijn eindeloze naïviteit ging ik er altijd vanuit dat ik twee keer mijn dag niet had, mijn concentratievermogen het af liet weten of dat je wellicht Frans moest zijn om het verhaal te kunnen volgen, maar nu schoot het me ineens te binnen: NIEMAND kan deze film volgen, noch is dat duidelijk Renoir’s intentie geweest. Ik kan twee keer mijn dag niet hebben, maar een derde keer bij precies dezelfde film is praktisch onmogelijk, dan is er iets anders aan de hand. Waar ik twee keer in mijn frustraties om de film te begrijpen na een half uur mentaal al volledig afgehaakt was en de rest van de film enkel keek zonder ook maar iets te zien, daar besefte ik nu ineens dat de enige manier om iets van de film te maken is om je er volledig aan over te geven zonder enige vorm van tegenwerking en de film je met zijn orkaanwerking uit je cognitieve Kansas te laten lichten.

De film raast als een orkaan over je heen zonder dat je ook maar een seconde de kans krijgt om uit te vogelen wat nu precies de relatie is van de personages en wat er nu allemaal gaande is. Zeker, je hebt een soort algemeen idee, maar daar houdt het ook bij op. Maar dat is allemaal vrij logisch als je bedenkt dat ‘Elena’ de laatste film is van de trilogie die door Criterion ‘Stage and Spectacle’ genoemd is; drie films waarin Renoir alle ideeën van realisme volledig achter zich laat en zich volledig verliest in de artificiële schoonheid van kunst en theater. En wat dat betreft is ‘Elena’ niets meer en minder dan de logische conclusie van de voorgaande twee films, waarin het traject richting kunstmatigheid zijn logische climax bereikt en Renoir de toon en sfeer van de ‘The Golden Coach’ en ‘French Cancan’ richting zijn meest extreme proporties duwt. Het gevolg is dat ‘Elena’ in een abstracte explosie van kleur en beweging iedere poging tot begrijpelijkheid achter zich laat om bijna een soort metacinema te worden.

De meest voor de hand liggende vergelijking is waarschijnlijk met het eerdere ‘Rules of the Game’, een film waarbij zowel de overeenkomsten als de verschillen opvallen. De overeenkomsten zijn er natuurlijk in zowel de stijl als de inhoud: drukke dialoog, de observerend-bewegende camera, mensen die dwars door elkaar heen lopen en praten en een weigering om het onderscheid tussen hoofd- en bijpersonages te maken; ook inhoudelijk zijn er vele parallellen omdat beide films draaien om de dwaasheid van de mensheid en romantiek. De verschillen zijn echter nog meer veelzeggend: ‘Rules of the Game’ is ondanks zijn vele experimentele stilistische technieken (die destijds gezien werden als technische onkunde van de kant van Renoir) uiteindelijk een relatief conventionele film in de zin dat het nog steeds draait om duidelijk gedefinieerde karakters en situaties. Alles wat de personages in die film zeggen en doen heeft ook daadwerkelijk een concrete betekenis, een betekenis die vrijwel altijd verwijst naar de liefdevolle sociale kritiek die Renoir met de film uit. In ‘Elena’ is die situatie echter aanzienlijk veranderd, want net als bij Josef von Sternberg is er in ‘Elena’ geen enkele verwijzing naar een externe realiteit, maar verwijst de film alleen nog naar zichzelf. Renoir neemt een historisch conflict en een bestaande Franse feestdag, maar gebruikt dat om de film alleen naar binnen en niet naar buiten te laten kijken, waardoor de film in een door zichzelf gecreëerd vacuüm komt te staan. Het maakt daarmee ook niet meer uit wat de personages zeggen of wat de politieke of sociale intriges zijn, want die zijn er simpelweg te veel en worden bovendien veel te druk gepresenteerd om ze daadwerkelijk te kunnen begrijpen. Renoir gebruikt het model wat hij zelf gepionierd en keert datzelfde model volledig binnenste buiten, waardoor alle dialoog zijn betekenis als dialoog verliest en enkel nog bestaat als een soort dialoog-zijn. ‘Elena’ is een klucht over een klucht.

Het effect ligt overigens opmerkelijk dicht bij het effect wat een Stan Brakhage film met zich meedraagt: als je in een Brakhage film gaat proberen om bij ieder shot te achterhalen wat er nu precies getoond wordt, wordt iedere film niet alleen een vermoeiende maar ook een onnozele ervaring. Om chocola te maken van Brakhage is vereist dat je de films over je heen laat komen zonder poging om ze direct te begrijpen. Niet dat de films niets zeggen, maar ze zeggen enkel niets in traditioneel dramatische wijze. Waar het om draait is dat je dankzij het effect van Brakhage’s manipulatie van de wereld diezelfde wereld op een andere manier gaat bekijken, waarbij je een meer esthetische kijk op de wereld krijgt en beseft dat schoonheid overal om je heen te vinden is, zelfs in de meest banale dingen. Nu is Renoir uiteindelijk natuurlijk geen avant-gardist, maar een humanist pur sang en ligt hij uiteindelijk dichter bij Sternberg dan bij Brakhage: want net als Sternberg gebruikt Renoir zijn audiovisuele experimenten altijd niet voor structuralistische maar voor sociale doeleinden (of het is beter te zeggen dat Sternberg ergens tussen Renoir en Brakhage inzit), wat in het geval van Renoir natuurlijk is om met een liefdevol observerende camera de dwaasheid van de romantische mens bloot te leggen. En Renoir is natuurlijk geen cynisch observator van een afstand, maar één vol warmte en liefde voor zijn personages. Want hoewel Renoir niet vies is van een beetje satire, schuilt voor hem, net als voor Lubitsch, de schoonheid van het leven precies in de dwaasheid omdat juist het maken van fouten hetgeen is wat mensen hun humaniteit geeft. Wat dat betreft had ‘Elena and her Men’ in navolging van The Great Ziegfeld net zo goed ‘The Renoir Follies’ kunnen heten, zowel dankzij de dwaasheid als het spektakelelement. En ‘Elena and her Men’ is een grote krankzinnige ode aan het ‘joie de vivre’ gevoel wat voor Renoir tegelijkertijd zowel de idiootheid als de essentie van het leven is.

Labels:

donderdag, augustus 23, 2007

La bête humaine ***1/2

Regie : Jean Renoir (1938)


Deze film van Renoir is een bekende invloed op de Amerikaanse film noir, wat duidelijk te merken is aan de fatalistische en pessimistische sfeer – het is allemaal nogal donker voor een Renoir. Daarnaast zijn er ook veel parallellen met het poëtisch realisme zoals dat in Frankrijk populair was op dat moment en hoewel ik beide stromingen een warm hart toedraag, had ik wel wat meer verwacht van deze film. Jean Gabin is zijn onverzettelijke zelf en Simone Simon is net zo goed als ze in ‘Cat People’ zou zijn, maar ik bleef helaas constant met een licht gevoel van teleurstelling zitten. Zeker geen slechte film echter.

Labels:

woensdag, augustus 15, 2007

La Grande illusion ****1/2

Regie : Jean Renoir (1937)


Eindelijk deze gedoodverfde klassieker van Renoir eens gekeken, het zou tijd worden, maar er is sowieso nog veel Renoir dat ik zien moet. Gemende gevoelens bij deze, zoals eigenlijk altijd met films van een dergelijk statuur. Ik vond het een erg goede film en kan niet anders doen dan me bij de altijd genoemde elementen aansluiten: het humanisme, de weigering tot stereotiepen of eendimensionale karakters, het vakkundig buiten de deur houden van overdadige sentimenten, de rustige en vloeiende observerende stijl van Renoir en uiteraard de rol van Erich von Stroheim, het is allemaal indrukwekkend. Toch zag ik er nog niet het ongenaakbare meesterwerk in, maar dat is eigenlijk zelden bij dergelijke films na de eerste kijkbeurt. Nu wordt het dus tijd om de film op me te laten inwerken als wat het echt is in plaats van een soort mentaal object dat je ervan gemaakt hebt omdat je er zoveel over gelezen hebt.

Labels:

woensdag, juni 06, 2007

The River ***1/2

Regie: Jean Renoir (1951)


Ik heb een beetje gemengde gevoelens bij deze film. Het ziet er zonder meer allemaal erg mooi uit, het is letterlijk een bijzonder kleurrijke film. De film kent een heerlijk, bijna etherisch ritme, een bepaalde tederheid en onschuld die je maar zelden ziet in de cinema. En ik geloof ook meteen dat het voor Renoir een helse opgave was om als westerling in India op locatie te gaan filmen in die tijd, waarmee hij een van de eersten was. Maar toch wilde de film zich nergens voor me openen, vooral dankzij die irritante voice-over waarmee het geheel een vreemd soort afstandelijkheid kreeg, iets wat zeker niet de bedoeling van Renoir geweest kan zijn. Voorlopig drijft de film dus voorbij als een soort van zwoele zomerdroom die prettig voortkabbelt zonder echt te blijven hangen, maar wellicht verandert dat nog na een herkijk.

Labels:

dinsdag, januari 09, 2007

Stage and Spectacle - Three Films by Jean Renoir

The Golden Coach (1953) ***

Jean Renoir is nog zo’n grootmeester wiens werk ik nog nauwelijks ken, dus hoog tijd voor verandering. Deze eerste film uit die zogeheten Spektakel Trilogie van hem vond ik een behoorlijk aangename verrassing. De bijna clichématige aspecten van humanisme en realisme die vrijwel steevast aan zijn werk verbonden worden zijn hier nergens te vinden, want kunstmatigheid is wat hier de klok slaat. Het is een luchtige, farcische komedie gemetseld rondom de mooie actrice Anna Magnani en Renoir’s liefde voor het theater. Renoir noemde Antonioni Vivaldi de meest belangrijke invloed voor deze film en het geheel ademt dezelfde lichtvoetigheid en levendigheid die de muziek van Vivaldi ook in zich draagt. Voor realisme, briljant acteerwerk (zoals Andrew Sarris terecht opmerkt is het soms gewoon slecht of ronduit ongeïnteresseerd) of een zorgvuldig uitgewerkt scenario dien je niet bij deze film te zijn, maar voor een zeer kleurrijke kostuums, een chaotische mise-en-scène en levensvreugde kun je hier gerust terecht. De luchtigheid verhindert dat dit een echt groots meesterwerk is, maar dat leek ook nergens de opzet van Renoir. Ik ben zeker benieuwd geworden naar de andere twee films.

French Cancan (1955) ****

Dit is het tweede deel uit die zogenaamde Spektakel Trilogie van Jean Renoir en hij is nog een stuk beter dan ‘The Golden Coach’. Nu heb ik sowieso een zwak voor die periode van La Belle Époque, getuige mijn liefde voor films als ‘Moulin Rouge!’ en George Cukor’s heerlijke ‘Camille’, maar deze eerste Franse film van Jean Renoir sinds ‘La Règle du Jeu (1939)’ is ook fantastisch genietbaar. Het verhaalt de opening van de beroemde Moulin Rouge nachtclub door Zizi Danglard, gespeeld door de Franse superster Jean Gabin die zijn natuurlijke charme en charisma naar het scherm brengt. Zoals Peter Bogdanovich in zijn videointroductie al aangaf heeft deze film een prachtige balans tussen artificialiteit en realisme, waarbij ik ook de vergelijking met de klassieke MGM musical zeer treffend en inzichtelijk vond. De uiterst kleurrijke decors zijn allemaal studiosets en hoewel dat soms natuurlijk overduidelijk is, geeft het andere keren weer de illusie van realisme. Illusie is het sleutelwoord in deze film: het is niet alleen wat de Moulin Rouge zijn gasten bood, het is ook wat Renoir zijn kijkers biedt. ‘French Cancan’ is heerlijk licht entertainment, maar toch met die humanistische touch van Renoir. Het is een bijna vermoeiend cliché om de term humanisme aan Renoir te plakken, ik weet het, maar ik begin meer en meer te beseffen dat dit ook gewoon zo is: Renoir voelt echt voor zijn personages en brengt dat tot uiting met een liefdevol observerend oog van de camera. Ik heb sterk het gevoel dat deze Trilogie mijn sleutel tot het oeuvre van Renoir is, omdat ik tot op heden zijn status als een van de giganten van de cinema nooit zo heb kunnen bevatten. Deze wonderlijke film barst in ieder geval van de levensvreugde, de humor, muziek en menselijke emoties. Wonderlijk, dat is nog het beste woord wat ik aan deze film kan plakken, wonderlijk.

Elena et les Hommes (1956) ***1/2

Dit is het laatste deel van de officieuze Theater & Spektakel Trilogie van Jean Renoir en het is wederom een lichtvoetige en kleurrijke komedie. Renoir geeft in zijn videointroductie zelf al meteen de sterke en minder sterke punten van deze film aan: hij maakte de film enkel om superster Ingrid Bergman voor zijn camera’s te krijgen, zonder zich druk te maken om de film als geheel en was genoodzaakt zeer veel te improviseren. Dit is ook direct terug te zien omdat veel scènes vaak kort kort en rommelig overkomen, hoewel anderzijds dit het farcische karakter van de film weer versterkt en het ook een bepaalde charme in zich draagt. Charme is uiteraard volop aanwezig in Bergman, het stralende middelpunt van de film en haar natuurlijke uitstraling maakt begrijpelijk waarom ze jarenlang een Hollywood superster is geweest en Renoir een ode aan haar wilde brengen. De parallellen met zijn immer geprezen meesterwerk “La Regle du Jeu’ zijn duidelijk aanwezig, maar ik moet die film nodig eens herbekijken om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. ‘Elena et les Hommes’ is in ieder geval een uiterst vermakelijke en prettige kijkervaring.

Geen van de drie films in deze trilogie, uitgegeven door Criterion in hun ‘Stage and Spectacle box’, zijn gigantische meesterwerken, maar het is zeker wel een kwestie van de som is meer dan de afzonderlijke delen (ook al heeft Renoir het nooit als een ‘echte’ trilogie bedoeld). De films sprankelen met levensvreugde, kleurrijke decors en karakters en dragen allen een heerlijk gevoel van luchtigheid in zich. Het is voor mij in ieder geval de sleutel tot Jean Renoir geweest, want nu voel ik eindelijk de behoefte om het werk van deze gevierde cineast nader te gaan bekijken.

Labels:

donderdag, november 09, 2006

Toni ***

Regie: Jean Renoir (1934)

‘Toni’ wordt steevast genoemd als een van de grote voorlopers van het Italiaanse neorealisme, met vrijwel uitsluitend locatieopnamen, non-professionele acteurs, direct sound en een focus op alledaagse, normale mensen. Jean Renoir gaat echter nog veel verder in zijn realisme dan de Italianen, omdat die films altijd een zeer sentimenteel plot en emotionele climax hadden, alles is daar gericht op emotionele catharsis. Renoir vermijdt dit alles echter volledig en stelt zich tevreden met het observeren van zijn karakters zonder noemenswaardige manipulatie. Dat gezegd hebbende, gebruikt Renoir wel allerlei technische middelen en de visuele look van de film houdt het midden tussen documentaire en traditionele film. De film voelt geïmproviseerd aan, maar toch zijn vrijwel alle shots nauwgezet gecomponeerd en laat Renoir visueel gezien uiteindelijk weinig aan het toeval over. ‘Toni’ is typisch zo’n film die ik nog wel kan waarderen vanwege zijn gedurfdheid, uniciteit en formele aspecten, maar die tegelijkertijd bijzonder weinig echt kijkplezier met zich meebrengt; de film is zelfs met zijn schamele 82 minuten relatief moeilijk om uit te zitten en in mijn ogen dan ook enkel geschikt voor de diehard cinefiel.

Labels: ,