maandag, januari 05, 2009

A Star is Born (George Cukor, 1954) *****

Ondanks dat George Cukor toch wel een van mijn favoriete regisseurs is en deze film een van zijn meest bekende is had ik hem tot een paar maanden geleden nog nooit gezien. Na de eerste keer was ik werkelijk helemaal ondersteboven van de film en nu simpelweg weer, ik ben wederom overweldigd. Het is een remake van een Selznick film uit de jaren ’30 (destijds was het zelfs de eerste film die Selznick met zijn eigen productiemaatschappij maakte) en er is in de jaren ’70 ook nog een remake gedaan met Barbra Streisand maar die versies heb ik allebei nog niet gezien. Het project was de terugkeer van Judy Garland naar het grote scherm, haar eerste film in vier jaar tijd. Garland was in 1950 na veel problemen ontslagen door MGM, ondanks dat ze op dat moment een van de grootste sterren van de studio was, maar haar volstrekt onvoorspelbare gedrag maakte haar onhandelbaar en iedereen die ‘A Star is Born’ ziet, zal direct de vele parallellen opmerken die deze film met Garland’s persoonlijke en professionele carrière heeft, wat de film een enorme extra dimensie geeft. Een van de vele hoogtepunten in deze film is haar uitvoering van de song ‘The Man That Got Away’, wat een van haar signature songs en bovendien een gay anthem zou worden. Ze zingt dit samen met een jazzband in een rehearsal, zonder publiek, maar Garland zingt het alsof haar leven ervan afhangt, met die bijna onnatuurlijke intensiteit die al haar werk kenmerkt en die bovendien al haar persoonlijke problemen zou veroorzaken. Het is allemaal gewoon te veel, te intens en het is deze discrepantie tussen wat ‘nodig’ is en wat ze geeft die vrijwel al haar werk het schoolvoorbeeld van camp maakt.

Uiteraard is de gehele uitvoering van het liedje door Cukor in een lange take in beeld gebracht, zoals hij altijd met cruciale scènes doet en waarin zijn achtergrond als theaterregisseur ontzettend goed te zien is. Puur aan de visuele stijl van Cukor kun je zien of een scène belangrijk is of niet. Via Warner Bros. kreeg Garland deze kans op een terugkeer en werd daarin dus bijgestaan door George Cukor, ook voormalig MGM en de gehele film heeft dan ook de glossy look die iedere MGM film zo kenmerkt, alsof de tijd stilgestaan heeft. Ik meen dat dit Cukor’s eerste kleurenfilm was en dat is nogal opmerkelijk want het is bij vlagen fantastisch wat Cukor met kleur in deze film doet, vooral de kleur rood heeft in bepaalde scènes een ongewoon prominente plaats – rood is natuurlijk altijd de meest intense Technicolor kleur geweest. Het is ongelooflijk hoe modern Cukor de film er uit laat zien, direct vanaf het begin al is het maar moeilijk te bevatten dat deze film uit de jaren ’50 komt.

Naast de fantastische prestatie van Garland is er ook nog James Mason. Ik heb deze figuur volgens mij nog nooit een performance zien geven die niet minstens fantastisch is, maar zijn optreden in deze film is de beste van allemaal, nog beter zelfs dan in Ray’s ‘Bigger than Life’. Met zijn combinatie van extreme explosiviteit, agressiviteit, vernietigingsdrang en toch gruwelijk veel charisma lijkt deze rol op zijn lijf geschreven en het is maar moeilijk in te denken hoe twee andere acteurs aan deze rol gestalte hebben kunnen geven. Helemaal ironisch is het dat Mason zo ongeveer de laatste keus voor de rol was en hij pas in aanmerking kwam nadat mensen als Bogart, Cooper, Clift, Brando en zelfs Cary Grant de rol afgewezen hadden – vooral Grant kan ik me simpelweg niet in die rol inbeelden. Zo zie je maar hoe filmgeschiedenis geschreven kan worden dankzij toeval.

‘A Star is Born’ staat vaak genoemd op lijstjes met de beste musicals aller tijden, maar er zijn mensen die claimen dat dit geen musical is, ondanks de grote aanwezigheid van dans en zang. Het punt is namelijk dat alle liedjes in deze film volledig narratief gemotiveerd zijn, dit in tegenstelling tot een echte musical waar mensen spontaan, zonder enige motivatie, in zang en dans uitbreken. Deze film kent ook niet die allesoverheersende vrolijkheid die de musical zo kenmerkt, het is zelfs een van de meest hartverscheurende en dramatische films die er ooit in Hollywood gemaakt zijn. Het is een nogal duistere film over de minder prettige kanten van beroemd zijn, over de vernietigende kracht die Hollywood kan uitoefenen op bepaalde mensen. Het is ook gewoon een van de beste Hollywoodfilms ooit gemaakt. Onwaarschijnlijk.

Labels: ,

zondag, juli 06, 2008

The Philadelphia Story (Cukor, 1940) *****

Sommige films zijn goed omdat ze excelleren op een bepaald punt, andere films zijn goed omdat alle aspecten van het filmproces harmonieus samenwerken; ‘The Philadelphia Story’ behoort tot die tweede categorie. Het begint al met het scenario van veteraan Donald Ogden Stewart, niet voor niets jarenlang een van de meest gerespecteerde schrijvers binnen Hollywood, een scenario dat een schoolboekvoorbeeld is van alles wat goed was aan de klassieke Hollywoodperiode: efficiënt, aantrekkelijk en universeel. Binnen tien minuten is meteen duidelijk wat de situatie is, wat er komen gaat en ben je gezegend met een film vol sprankelende, direct herkenbare personages. Dat deze personages direct herkenbaar zijn ligt overigens niet alleen aan het scenario, want ook de casting afdeling had hier een dikke vinger in de pap: er zijn weinig films waarin de screen personality van de acteur zo’n sterke relatie heeft met het karakter wat ze ook daadwerkelijk spelen: Cary Grant is de charmante playboy, Jimmy Stewart de normale jongen en Katherine Hepburn het afstandelijke en licht onuitstaanbare wijf.

Zelfs de beroemde openingsscène speelt hier op in: Hepburn stond bekend als de vrouw die je leuk vond om te haten, dus op het moment dat Grant als eerste actie van de film haar tegen de grond mept doet hij exact wat vrijwel iedere bioscoopganger die in 1940 deze film voor het eerst zag had willen doen: Katherine Hepburn een klap verkopen. In mindere handen had deze casting strategie kunnen uitmonden in type casting, maar hier gebruikt men juist de bekendheid van de acteurs om in het begin van de film dit verwachtingspatroon te vervullen en het gaandeweg de film, als de personages complexer en completer worden, te problematiseren. Dit is de verdienste van zowel het scenario, dat een bijna perfecte balans weet te vinden tussen humor, drama, romantiek en psychologische diepgang als de geweldige acteurs, die unaniem een fantastische performance weten neer te zetten.

Mensen bekend met het oeuvre van regisseur George Cukor zullen hier niet vreemd van opkijken, want Cukor was een ware acteursregisseur die in vrijwel alle acteurs met wie hij werkte het beste naar boven wist te halen. Beste voorbeeld hiervan vind ik de enorme hoogten tot waar hij Judy Holliday wist te stuwen in de films die ze samen maakten, zoals ‘Born Yesterday’ en ‘It Should Happen to You’. Maar Cukor was niet alleen iemand die acteurs kon stimuleren, ook zijn visuele stijl draagt veel bij aan de kwaliteit van de performance van zijn acteurs. De meest belangrijke scènes in zijn films filmt Cukor namelijk steevast als lange medium two-shot, waarin de twee belangrijkste acteurs altijd alle ruimte krijgen om hun spel momentum te geven, net zoals acteurs in het theater ook in hun rol kunnen groeien omdat ze een continue performance geven – dit in tegenstelling tot de verknipte performance waar filmacteurs altijd mee moeten worstelen.

Dat Cukor de gebruikelijke shot-reverse-shot methode van Hollywood grotendeels vervangt door lange takes waarin de camera de acteurs observeert heeft nog een bijkomend voordeel omdat het een stilistische keuze is die de thematiek van zijn films rechtstreeks ondersteunt: vrijwel al zijn films staan in het teken van de ‘battle of the sexes’ en het zijn juist de scènes van twisten tussen man en vrouw die de kern van zijn films vormen. Door ze op deze manier te filmen creëert hij als het ware een filmische ruimte, een filmische arena waarin de twee seksen met elkaar strijden (een van de meest abstracte uitingen van deze strategie komt voor in Cukor’s ‘Adam’s Rib’, waarin hij de camera opstelt in een slaapkamer en Spencer Tracy en Katherine Hepburn het beeld in en uit laten lopen waarbij er hele periodes geen persoon in beeld is, een erg on-Hollywoodiaanse scène). ‘The Phildelphia Story’ kent hier enkele fraaie voorbeelden van maar een van de mooiste vond ik het moment waarop Stewart en Hepburn in badjas staan en Grant erbij komt. Eerst gebruikt Cukor two-shots van Hepburn en Stewart, vervolgens zien we enkele lange two-shots van Hepburn en Grant, afgewisseld met one-shots van Stewart, totdat Stewart weg gaat en we lange two-shots van Hepburn en Grant krijgen, afgewisseld met close-ups van Hepburn en Grant. Op puur visuele wijze geeft Cukor commentaar op de relatie tussen de personages: eerst is er aantrekkingskracht tussen Hepburn en Stewart en wordt deze ‘relatie’ verstoord door Grant. Daarna echter is Stewart te veel in de scène (Stewart alleen in one-shots en Hepburn/Grant samen in two-shots) en besluit hij weg te gaan. Op het einde van de scène zien we Hepburn en Grant zowel samen als alleen wat zowel de aantrekkingskracht als de afstoting tussen hen reflecteert.

Films waarin stijl en inhoud harmonieus hand in hand gaan belichamen in mijn ogen het hoogste wat in film (en in kunst in het algemeen) bereikt kan worden en ‘The Philadelphia Story’ doet dit op voorbeeldige wijze.

Labels:

maandag, juli 02, 2007

Gaslight ****

Regie: George Cukor (1944)


Cukor verliet (of verlegde) zijn bekende battle of the sexes terrein hier en vervaardigde een heuse thriller, hoewel ik moet zeggen dat ik vrij weinig typische Cukor elementen kon vinden in ‘Gaslight’. Dat mocht de pret echter niet drukken, want het is een bijzonder onderhoudende film verder. De acteerprestaties zijn over de gehele linie dik in orde, evenals de aankleding en decors. Zeker nu de film vijf euro kost bij Ro-disc kun je je hier absoluut geen buil aan vallen.

Labels:

donderdag, januari 11, 2007

The Marrying Kind ***1/2

Regie: George Cukor (1952)

Ook al is deze film op zich een stervehikel voor de altijd even onuitstaanbare als onweerstaanbare Judy Holliday (net als bv. hun eerdere samenwerking ‘Born Yesterday’), in de handen van Cukor wordt het een typische George Cukor film: een gesofisticeerde romantische komedie met als centraal punt de strijd tussen het mannelijke en het vrouwelijke geslacht, met hier en daar overschrijding of vervaging van de traditionele geslachtsverschillen. Net als in vele van zijn andere films laat Cukor sleutelscènes in lange takes ontrafelen zodat de acteurs alle kans krijgen om echt momentum op te bouwen en de scènes een prettige nadruk en betekenis krijgen. ‘The Marrying Kind’ is niets wereldschokkends of meesterlijks, maar wel gewoon een prima en bij vlagen hartverwarmende film dat mijn waardering voor de vreselijk ondergewaardeerde Cukor weer versterkt.

Labels:

zondag, november 19, 2006

Camille ****1/2

Regie: George Cukor (1936)

Nadat enkele mensen onlangs Cukor’s klassieker ‘The Philadelphia Story’ gekocht hadden, werd deze geweldige regisseur weer even in mijn herinnering gebracht en vond ik het tijd om zijn ‘Camille’ in de speler te schuiven. Sowieso met iedere film die ik van hem zie groeit mijn bewondering voor en persoonlijke band met Cukor, maar ‘Camille’ trekt die persoonlijke band ineens wel heel sterk aan, want wist ik veel dat deze film gebaseerd was op het befaamde verhaal van Alexandre Dumas, hetzelfde tragische liefdesverhaal waarop mijn geliefde film ‘Moulin Rouge!’ gebaseerd is en dat die film werkelijk overduidelijk geïnspireerd is door deze, met hele shots en scènes! Cukor weet zijn kenmerkende gevoelige touch aan de film te geven, want dit was geen man die moeite had met het weergeven van gevoelens, tederheid en romantiek. Dankzij Cukor zit er een gedecideerd homogevoel aan de film (bijvoorbeeld ook die heerlijke momenten aan het begin met die vittende vrouwen), zonder dat het doorslaat richting al te nichterige of overdreven toestanden. Daarnaast weet Cukor (hierbij zeer geholpen door zijn uitstekende kostuum- en decorafdelingen) de contrasten tussen de hoge adel en de simpele en lustrijke lage klasse als geen ander te schilderen en in zijn handen komt de prevalentie van uiterlijke schijn en goed voorkomen boven echte gevoelens en liefde in het Parijs van de 19e eeuw tot leven als nooit tevoren en sindsdien. Vooral de scènes van de puur ordinaire hoerenkasten vond ik werkelijk subliem: ondanks de chique kledij worden de hoeren getoond als simpele, jaloerse maar oprechte figuren die houden van een feestje en ranzige grapjes, iets wat wellicht afkeurenswaardig maar nog steeds menselijker is dan de schone schijn van de adel.

De chemie tussen Greto Garbo (in de rol van Kidman in ML) en Robert Taylor (McGregor) is een van de mooisten die ik ooit gezien heb en de gehele film kon ik maar niet uitmaken wie van de twee ik knapper vond; velen noemen dit Garbo’s allerbeste rol en daar kan ik inkomen, want met haar natuurlijk doch afstandelijke schoonheid is ze werkelijk perfect voor de rol van de courtisane. Robert Taylor is ook perfect gecast als goedbedoelde maar niet zo rijke verliefde aanbidder. Enkele scènes tussen Garbo en Taylor spatten werkelijk van het doek af, waarbij de passie en intensiteit prachtig invoelbaar gemaakt is en de lichamen praktisch uit het korset knallen (het blijft natuurlijk Hollywood anno 1936, maar veel gepassioneerdere liefdesscènes uit deze tijd zul je niet vinden), momenten die in mooi contrast staan met de ijskoude scènes tussen Garbo en de Baron.

Uiteindelijk is de stijl tussen deze film en ‘Moulin Rouge!’ natuurlijk compleet anders en zijn het ook twee totaal andere films (hoewel ‘Camille’ ook een licht gevoel van de hoogwaardige edelcamp waarin ML zo heerlijk grossiert heeft), waarbij ik ML uiteindelijk beter vind, maar ‘Camille’ is een ijzersterke film die iedereen gezien mag hebben. Het is ook zeer interessant om zo eens te kijken hoe hetzelfde verhaal twee zulke verschillende films op kan leveren.

Labels:

woensdag, augustus 02, 2006

Born Yesterday ****

Regie: George Cukor (1950)

Heerlijke komedie van George Cukor waarin het domme blondje Judy Holliday door de bruut Broderick Crawford als veegmat gebruikt wordt totdat William Holden haar de ogen opent. Vooral de performances van de drie hoofdpersonen zijn helemaal geweldig, waarbij de Oscar voor Holliday niets minder dan volkomen terecht is. Richting het einde toe wordt de film misschien een beetje prekerig, maar dat neemt niet weg dat dit gewoon een heerlijke Hollywoodfilm is die erg prettig wegkijkt.

Labels:

woensdag, mei 17, 2006

Adam's Rib ****1/2

Regie: George Cukor (1949)

Deze heerlijke komedie is een frisse variant op het rechtbankdrama, waarin man Spencer Tracy tegenover vrouw Katherine Hepburn als kemphanen tegenover elkaar in de rechtbank staan. Zowel Tracy als Hepburn leveren zeer puike rollen af en vormen een onvergetelijk duo. Regisseur George Cukor gebruikt enkele opvallend statische shots waarbinnen de acteurs in een lange take hun scène opvoeren, wat toch best wel bijzonder is voor een Hollywoodfilm uit deze tijd. Daarnaast is het hoofdthema, de vervaging van geslachtsrollen, natuurlijk helemaal in het straatje van de homoseksuele Cukor die als geen ander oog had voor dit soort op de hak nemen van de traditionele scheidslijn tussen mannen en vrouwen. ‘Adam’s Rib’ is een heerlijk wegkijkbare film, met een best wel serieuze ondertoon die mij weer doet beseffen waarom ik toch zo smoorverliefd ben op de Klassieke Hollywood periode. Ze zeggen wel eens ‘vroeger was alles beter’, maar films zoals deze maken ze inderdaad niet meer. De Dreamfactory heerst.

Labels: