maandag, april 23, 2007

Tigrero – A Film that was never made ***

Regie: Aki Kaurismäki (1994)

In de jaren ’50 werd de avontuurlijke regisseur Samuel Fuller naar de Braziliaanse jungle gestuurd om locaties te scouten voor een grootse avonturenfilm die hij mocht gaan regisseren, een film met sterren als John Wayne, Ava Gardner en Tyrone Power. Fuller ging er heen en leefde een tijd met de inboorlingen aldaar, maar de film zou nooit gemaakt worden. 40 jaar later ging Fuller samen met filmmaker en vriend Jim Jarmusch weer naar dezelfde plaats om herinneringen op te halen en deze film/documentaire, geregisseerd door de gerenommeerde Finse regisseur Aki Kaurismäki, is daarvan het gevolg. Beelden van het bezoek in 1994 worden afgewisseld met beelden die Fuller in 1954 geschoten had en tussendoor babbelen Fuller en Jarmusch over de filmbusiness en het leven. Een project als dit is van zichzelf een curiositeit, maar helaas blijft het daar ook hangen. De momenten met de inboorlingen vond ik totaal niet interessant en daarom moet het komen van de gesprekken tussen Fuller en Jarmusch, maar ook dat vond ik wat tegenvallen. Hoewel ik beide figuren uiterst fascinerend vind en er zeker ook leuke dingen gezegd worden, komt het uiteindelijk niet verder dan koffietafel niveau. Intrigerend, maar niet geweldig.

Labels: , ,

maandag, februari 19, 2007

Permanent Vacation ***

Regie: Jim Jarmusch (1980)

Ik heb een haat-liefde verhouding met die Jim Jarmusch: de ene keer vind ik zijn films briljant, maar nog vaker vind ik het helemaal niks en bekruipt mij steeds het gevoel dat de man een gemakzuchtig trucje uithaalt en zichzelf eindeloos herhaalt en films maakt die iets te veel op maat gesneden zijn voor hippe jongeren. Als iemand mij dus vraagt wat ik vind van Jarmusch kan die persoon twee totaal tegengestelde antwoorden krijgen. Na het zien van zijn debuutfilm ‘Permanent Vacation’ zweef ik ineens weer tussen beide posities in, dat kan dus blijkbaar ook nog. Jarmusch is altijd de definitie geweest van hip en cool en hier begon het allemaal, want dit is allemaal direct vintage Jarmusch. Er is aandacht voor mensen aan de zelfkant van de maatschappij, mensen die hun tijd doden met nietsdoen, in dit geval een 16-jarige knul die leidt aan slapeloosheid en in zijn verveling op zoek is naar geluk. Als een moderne Odysseus maakt hij een zwerftocht door Manhattan en komt onderweg allerlei vreemde figuren tegen om tenslotte vrolijk weg te varen van zijn eigen Ithaka, vele ervaringen rijker en misschien wat illusies armer. Er is de minimalistische aanpak, een verhaal waarin liefst zo weinig mogelijk interessants gebeurt in termen van een overkoepelend narratief met een speciale aandacht voor onzinnige en curieuze zaken, expressieloos acteren en uiteraard een bijzondere soundtrack, in dit geval muziek van John Lurie in combinatie met bestaande Charlie Parker nummers – sinds Louis Malle lijkt Charlie Parker al dé soundtrack bij uitstek voor hippe films te zijn. Is het toeval dat de jonge protagonist een tijdje staat te kijken bij een grote filmposter van Nicholas Ray’s ‘The Savage Innocents’? Het lijkt me niet, want in Ray had Jarmusch een duidelijke inspiratiebron voor eigenzinnigheid en een contact met de jeugd. Tel daarbij op echo’s van Bresson, Antonioni en Paul Morrissey en je hebt zo’n beetje het palet van Jim Jarmusch. En het moet gezegd: in een tijd dat Hollywood zich in razend tempo aan het ontwikkelen was richting de grote gepolijste blockbusters zoals we die nog steeds kennen, is de eigenzinnige route die Jarmusch koos dapper en prijzenswaardig en hield hij de onafhankelijke Amerikaanse cinema bijna eigenhandig overeind.

Labels: