maandag, januari 16, 2006

My Brother’s Wife ***1/2

Regie: Doris Wishman (1966)

Het begint al meteen goed: we zien een man over straat lopen, de camera volgt de man mee. Dan zien we een shot van de stoep en vervolgens komen de benen van de man het shot ingewandeld en volgt de camera slechts de benen van de man gedurende de rest van zijn wandeling. Welkom in een Doris Wishman film, want als er iemand zo gefixeerd benen gefilmd heeft dan is het Doris wel. Over auteurisme gesproken: in weinig films kun je na vijf shots al duidelijk zien wie de regisseur is! De man loopt een poolcafé in en begint te vechten met een andere vent, allemaal op typerende Doris wijze in beeld gebracht, met een camera die op en neer wiebelt en schokt. De dialogen zijn bij Doris zeer vaak hopeloos out-of-synch, maar in deze scène maakt ze het wel heel bont, want de dialoog komt in dit stukje film wel heel duidelijk rechtstreeks uit de studio en niet uit de personen op het scherm. Dit is uiteraard gedurende de gehele film het geval, want dialogen zijn bij Doris altijd een feest. Ook hier weer wordt 80% van alle dialoog off-screen gesproken en de film zit weer stampensvol met surrealistische, innerlijke voice-over monologen. Ook krijgen allerlei verder volledig oninteressante objecten een prominente plaats in de film, want Doris maakt er weer een hobby van om asbakken, spiegels, planten, beeldjes en Joost mag allemaal weten wat meer prominent in beeld te brengen, zonder dat ze ook maar een directe relatie met het verhaal hebben. Drie scènes wil ik er uit lichten, want deze vormen het kloppende hart van deze Wishman film: een briljante schaduwconversatie op de muur, een fenomenaal, vreemd gefilmde lesboscène (waarbij de directe connectie met het verhaal mij onduidelijk is) en een fabuleuze scène in een park; de twee hoofdpersonen voeren een conversatie op een bankje in het park, maar de camera is daar totaal niet in geïnteresseerd. In plaats daarvan volgt de camera een duif die wat rondscharrelt, eenden die in de vijver dobberen, de bomen en struiken van het park…. eigenlijk alles behalve de twee hoofdpersonen. De montage is iets minder abstract dan in latere films van Doris, maar bevat nog voldoende vreemde cuts om ondergetekende te kunnen bekoren. Al met al is dit een film die het net niet haalt bij de echte Doris Wishman klassiekers (voornamelijk doordat het verhaal wat gewoontjes is: het gaat hier slechts om een ordinaire driehoeksrelatie), maar absoluut een film in de bovencategorie en een film waarin Doris’s kenmerkende stijl al heel duidelijk zichtbaar is. Ik zal de naam nog een keer noemen: Doris Wishman.

Labels: ,