zondag, mei 13, 2007

Bonjour Tristesse ****

Regie: Otto Preminger (1958)


Jean Seberg, Deborah Kerr en David Niven schitteren in dit opmerkelijke melodrama van Otto Preminger, een film die zelfs binnen het relatief vergeten Preminger oeuvre een nogal verwaarloosde film lijkt terwijl het een bijzonder sterke film is, een klein meesterwerkje wellicht zelfs. De film is nog het meest herinnerd doordat Jean-Luc Godard het personage van Seberg in deze film rechtstreeks heeft overgeheveld naar zijn eigen ‘A Bout de Souffle’, Godard heeft zelfs verklaard dat hij het laatste shot van deze film had kunnen nemen, een tussentitel ‘Drie jaar later’ had kunnen gebruiken en dan ‘A bout de Souffle’ had kunnen beginnen. Het is echter veel meer dan enkel een invloed op Godard; het is een nogal scherpe kritiek op de leegheid van het leven van rijke mensen, net als bijvoorbeeld Sirk’s ‘Written on the Wind’. Toch is de film geheel in Preminger stijl niet enkel negatief tegenover de oppervlakkigheid van de jetset, want hoewel het personage van Kerr de morele ‘juistheid’ vertegenwoordigt duwt Preminger je toch richting sympathie voor de Seberg/Niven tandem – Preminger heeft in vrijwel al zijn films een zwak voor de underdog of moreel problematische karakters. Zoals het eveneens Preminger betaamt is de film voor Hollywood begrippen erg cynisch en nergens geforceerd vrolijk, de titel is al een indicatie in die richting natuurlijk. Ik denk dat deze film met meerdere kijkbeurten enkel nog kan stijgen in waardering en de film verdient een veel groter publiek dan nu het geval is. In zekere zin is ‘Bonjour Tristesse’ alles wat Ozon’s ‘Swimming Pool’ wilde zijn maar niet is.

Labels: